Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:23

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-01-2019
Datum publicatie
08-01-2019
Zaaknummer
17/03237
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1445, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:4987
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

(Poging tot) diefstal met geweld, meermalen gepleegd (art. 312.1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). Vier Vorderingen tul eerder voorwaardelijk opgelegde straffen. Misslag in arrest t.a.v. gelaste tul. Hof heeft tul gelast van drie vorderingen en t.a.v. vierde vordering OM n-o verklaard. HR: Op gronden vermeld in CAG is klacht terecht voorgesteld. HR zal misslag herstellen. CAG: Datum en parketnummer vonnis waarop vierde vordering betrekking heeft, zoals vermeld in dictum arrest Hof, betreffen een vergissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/158
SR-Updates.nl 2019-0081
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 januari 2019

Strafkamer

nr. S 17/03237

RRA/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 november 2016, nummer 23/002811-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (voormalige Sovjet-Unie) op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar alleen wat betreft de opgelegde taakstraf met de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan, en tot verbeterde lezing van het dictum wat de betreft de niet-ontvankelijkheid van de Advocaat-Generaal bij het hof in de vordering van tenuitvoerlegging in dier voege dat deze betrekking heeft op parketnummer 18/131062-13, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat het bestreden arrest een misslag bevat wat betreft de last tot tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde straffen.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11 tot en met 13 is de klacht terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de misslag herstellen.

2.3.

Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 228 uren, subsidiair 114 dagen hechtenis, belopen;

verstaat dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van

- de voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 23 september 2014 (parketnummer 15-073219-13);

- de voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 23 september 2014 (parketnummer 15-800416-14);

- een gedeelte, groot 3 maanden, van de voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 2 december 2013 (parketnummer 15-703358-13);

verstaat dat het Hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 11 april 2014 (parketnummer 18/131062-13);

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2019.