Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:216

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
12-02-2019
Zaaknummer
17/02458
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1490
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit gewoonteheling, gewoontewitwassen en deelname aan criminele organisatie. 1. OM n-o in ontnemingsvordering, nu inbeslaggenomen boekhouding onvolledig is geretourneerd zodat betrokkene niet kan controleren of ontnemingsvordering op juiste wijze is berekend. 2. Verzoek om inventaris op te laten maken van onder boekhouder van betrokkene inbeslaggenomen stukken. 3. Schatting w.v.v. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/02377, 17/02436, 17/02459, 17/02460 en 17/03567.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/272
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 februari 2019

Strafkamer

nr. S 17/02458 P

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer

21/004965-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.