Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:214

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
12-02-2019
Zaaknummer
17/03567
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1495
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Diefstal d.m.v. braak, meermalen gepleegd (art. 311.1.5 Sr), deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) en medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr) door samen met anderen in georganiseerd verband op zeer grote schaal gereedschappen uit bedrijfsbusjes te stelen en deze te verkopen aan heler. Bewijsklachten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/02377, 17/02436, 17/02458 P, 17/02459 en 17/03560.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/278
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 februari 2019

Strafkamer

nr. S 17/03567

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer 21/005021-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.D. Kupelian, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.