Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:208

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
12-02-2019
Zaaknummer
17/02953
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:32
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:2539, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Medeplegen moord in IJzendijke door vriend van dochter van medeverdachte met vuurwapen meermalen door hoofd te schieten teneinde familie-eer te herstellen (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapen (art. 26.1 WWM). 1. Slachtoffer was tegen haar wil uitgehuwelijkt en haar familie bleef bij die beslissing. 2. Eerwraak als motief voor doden slachtoffer. 3. Redengevende omstandigheid kan niet worden afgeleid uit gebezigde b.m. 4. Waarnemingen getuigen. 5. Berekening tijdstip aanwezigheid medeverdachte. 6. Medeplegen en voorbedachte raad moord. 7. Medeplegen voorhanden hebben vuurwapen. HR: art. 80a RO. Samenhang met 17/02910.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/277
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 februari 2019

Strafkamer

nr. S 17/02953

NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2017, nummer 20/003195-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.