Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1992

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-12-2019
Datum publicatie
17-12-2019
Zaaknummer
19/00424
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1146
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van voorwerpen bestemd tot het plegen van feit a.b.i. art. 11.3 en 11.5 Opiumwet (art. 11a Opiumwet). Middel klaagt over oordeel Hof dat de verdachte voorwerpen voorhanden heeft gehad die waren bestemd voor beroeps- of bedrijfsmatige teelt van hennep. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00424

Datum 17 december 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 23 mei 2018, nummer 21/004671-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2019.