Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1924

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-12-2019
Datum publicatie
10-12-2019
Zaaknummer
18/05206
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1294
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld van geldbedrag uit winkel, art. 312.1 Sr. Vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Bestaat er tussen bewezenverklaard handelen van verdachte en schade die b.p. (winkel) heeft geleden (omzetderving en loonkosten t.g.v. winkelsluiting) voldoende verband, zodat er sprake is van rechtstreekse schade a.b.i. art. 51f.1 Sv? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/81
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05206

Datum 10 december 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 19 december 2017, nummer 21/003009-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 29 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.