Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1892

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-12-2019
Datum publicatie
03-12-2019
Zaaknummer
18/04141
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1046
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

N-o verklaring in h.b. Hof heeft de verdachte n-o verklaard in het ingestelde h.b. omdat het te laat is ingesteld. Klacht over kennelijke verschrijving bij het instellen van h.b. Op gronden vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Vermelding van parketnr. van in e.a. gelijktijdig - maar niet gevoegd - behandelde vrijspraak in de (tijdig ingediende) schriftelijke volmacht tot het instellen van h.b. Na verstrijken termijn voor instellen h.b. nieuwe schriftelijke volmacht ingediend met vermelding parketnr. van de zaak waarin de verdachte is veroordeeld. Door griffie opgemaakte volmacht vermeldt dat eerdere volmacht met onjuist partketnr. is gefaxt en dat een ‘kennelijke verschrijving is opgetreden’. Het p-v van de tz. bevat de mededeling “Dit proces-verbaal geeft slechts weer het verhandelde ter terechtzitting voor zover dit betrekking heeft op of relevant is voor de zaak met parketnummer 13/211203-16, nu verdachte tegen deze zaak hoger beroep heeft ingesteld” en voorts dat verdachte en de raadsman op die tz. zijn verschenen en hebben aangegeven dat aan de eerdere volmacht de wens ten grondslag lag h.b. in te stellen tegen de veroordeling i.p.v. tegen de vrijspraak. Voor alle betrokken procesdeelnemers moet duidelijk zijn geweest tegen welke zaak de verdachte h.b. wenste te doen instellen en dat zich een kennelijke verschrijving heeft voorgedaan in de tijdig ingediende schriftelijke volmacht, mede in aanmerking genomen dat art. 404.1 Sv eraan in de weg staat om h.b. in te stellen tegen de vrijspraak. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2019-0404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04141

Datum 3 december 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 juni 2018, nummer 23/001880-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep, althans dat het dit oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 tot en met 11 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2019.