Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1853

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-11-2019
Datum publicatie
26-11-2019
Zaaknummer
18/03123
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:990
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:1083, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Fraude met aanvragen kinderopvangtoeslag. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 en 225.2 Sr). 1. Openbaarheid onderzoek ttz. en afwijzing van verzoek getuige te horen. 2. Wijze waarop p-v tz. in h.b. is opgemaakt, nu de wet het i.c. opgemaakte ‘verzamel p-v’ niet kent. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/01453 (niet gepubliceerd; art. 80a RO), 18/01804 (niet gepubliceerd; art. 80a RO), 18/02580, 18/03120 (niet gepubliceerd; art. 81.1 RO) en 18/03126 (niet gepubliceerd; art. 80a RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03123

Datum 26 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 maart 2018, nummer 23/004660-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2019.