Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1847

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-11-2019
Datum publicatie
26-11-2019
Zaaknummer
18/04353
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:989
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Zedenzaak. Middelen verdachte over de wijze waarop het hof de opgelegde gevangenisstraf heeft verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, namelijk door een gedeelte van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Betoogd wordt dat verdachte feitelijk zonder aftrek beter af zou zijn geweest, omdat dan het wettelijke systeem van de voorwaardelijke invrijheidstelling had kunnen worden toegepast, art. 15.3.a Sr. Middel b.p. over de n-o verklaring van de b.p. in haar vordering. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04353

Datum 26 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 september 2018, nummer 20/001434-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft K.D. Regter, advocaat te Heerlen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij heeft R.J. Ruiter, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van de beroepen.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen van de verdachte en het middel van de benadeelde partij

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2019.