Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1787

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-11-2019
Datum publicatie
15-11-2019
Zaaknummer
19/02524
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1008, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:1717, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Stuit voeging in cassatie af op omstandigheid dat partij die voeging vordert, (na voeging in eerste aanleg) in hoger beroep partij was en niet zelf cassatieberoep heeft ingesteld? Belang bij voeging? Afwijzing vordering tot voeging wegens strijd met eisen van een goede procesorde of misbruik van procesrecht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2019/2559
NJ 2019/451
RvdW 2019/1173
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02524

Datum 15 november 2019

ARREST

In de zaak van

NATIONAL JOINT STOCK COMPANY NAFTOGAZ OF UKRAINE,

gevestigd te Kiev, Oekraïne,

EISERES in het incident,

hierna: Naftogaz,

advocaat: mr. B.I. Kraaipoel,

tegen

OMNI BRIDGEWAY S.A.,
gevestigd te Genève, Zwitserland,

EISERES tot cassatie, verweerster in het incident,

hierna: Omni,

advocaat: mr. J. van der Beek

en tegen

TRAMETA KFT,
gevestigd te Nagypáli, Hongarije,

VERWEERSTER in cassatie en in het incident,

hierna: Trameta,

advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/13/659362/KG ZA 18-1378 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 6 februari 2019;

b. de mondelinge uitspraak, waarvan proces-verbaal is opgemaakt, in de zaken 200.254.745/01 SKG en 200.255.363/01 SKG van het gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2019.

Omni heeft tegen de uitspraak van het hof in de zaak 200.254.745/01 beroep in cassatie ingesteld. Trameta heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

Naftogaz heeft bij incidentele conclusie gevorderd zich in het geding tussen partijen aan de zijde van Omni te mogen voegen.

Omni heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad. Trameta heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van Naftogaz, althans tot afwijzing van de incidentele vordering tot voeging.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot toewijzing van de incidentele vordering tot voeging.

2 Beoordeling van de incidentele vordering tot voeging.

2.1.1

Voor zover van belang voor de beoordeling van de incidentele vordering tot voeging van Naftogaz kan (deels veronderstellenderwijs) worden uitgegaan van het volgende.

2.1.2

De Italiaanse vennootschap Italia Ukraina Gas Srl (hierna: IUGAS) heeft een vordering op Naftogaz. Omni stelt, kort gezegd, dat vorderingen die zij heeft op IUGAS, in augustus 2014 zijn gezekerd met een pandrecht op de vordering van IUGAS op Naftogaz. Trameta heeft eind maart 2018 in opdracht en ten behoeve van IUGAS beslag gelegd op een partij gas van Naftogaz in Slowakije. Trameta stelt, kort gezegd, dat IUGAS in augustus 2018 haar vordering op Naftogaz aan Trameta heeft overgedragen.

2.1.3

In dit kort geding vordert Omni – na wijziging van eis in hoger beroep en zoals weergegeven in het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van het hof – dat Trameta wordt geboden, op straffe van verbeurte van een dwangsom, een deel ten belope van € 750.000,-- plus 30% van de executoriale opbrengst van de in Slowakije in beslag genomen partij gas van Naftogaz, te doen bijschrijven op een rekening van een advocatenkantoor te Zwitserland, althans over te maken naar een rekening van een gerechtsdeurwaarderskantoor te Amsterdam, tot een eensluidende gezamenlijke instructie van Omni en Trameta over de verdeling, dan wel overeenkomstig een onherroepelijke rechterlijke uitspraak in een procedure tussen Trameta en Omni.

2.1.4

Naftogaz heeft in eerste aanleg gevorderd in het kort geding te mogen interveniëren, primair als tussenkomende partij met zelfstandige vorderingen strekkende tot staking, dan wel schorsing van de lopende executiemaatregelen in Slowakije, en subsidiair als gevoegde partij aan de zijde van Omni.

2.1.5

De voorzieningenrechter heeft ter zitting Naftogaz’ primaire vordering tot tussenkomst afgewezen en haar subsidiaire vordering tot voeging toegestaan.

2.1.6

De voorzieningenrechter heeft de door Omni gevorderde voorziening toegewezen en Trameta veroordeeld in de kosten van zowel Omni als Naftogaz.1

2.1.7

Zaak 200.254.745/01 betreft het hoger beroep dat Trameta heeft ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter. Omni en Naftogaz, laatstgenoemde als geïntimeerde aan de zijde van Omni, hebben de grieven van Trameta bestreden. In deze zaak heeft Naftogaz incidenteel hoger beroep ingesteld en bij incidentele conclusie gevorderd alsnog te mogen tussenkomen.

Zaak 200.255.363/01 betreft het (zelfstandig) hoger beroep van Naftogaz tegen het vonnis van de voorzieningenrechter. Ook in deze zaak heeft Naftogaz gevorderd alsnog te mogen tussenkomen.

2.1.8

De mondelinge uitspraak van het hof, waarvan proces-verbaal is opgemaakt,2 kan als volgt worden weergegeven:

(i) in zaak 200.254.745/01 en in zaak 200.255.363/01 heeft het hof het bestreden vonnis vernietigd;

(ii) in zaak 200.254.745/01 in het principaal hoger beroep heeft het hof de Nederlandse rechter onbevoegd verklaard om van de vorderingen van Omni kennis te nemen, met veroordeling van Omni in de kosten van beide instanties;

(iii) in zaak 200.254.745/01 in het incidenteel hoger beroep en in het incident, en in zaak 200.255.363/01 heeft het hof de Nederlandse rechter onbevoegd verklaard om van de vorderingen van Naftogaz kennis te nemen, met veroordeling van Naftogaz in de kosten van het hoger beroep en van het incident.

2.1.9

Omni heeft beroep in cassatie ingesteld van de uitspraak van het hof in zaak 200.254.745/01. Trameta heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

2.1.10

Naftogaz heeft geen beroep in cassatie ingesteld van de uitspraak van het hof, noch in zaak 200.254.745/01, noch in zaak 200.255.363/01.

2.2

In dit incident vordert Naftogaz zich in het hiervoor in 2.1.9 genoemde geding tussen Omni als eiseres tot cassatie en Trameta als verweerster in cassatie, aan de zijde van Omni te mogen voegen. Daartoe heeft Naftogaz aangevoerd dat zij belang erbij heeft te weten welke partij (Omni, Trameta, dan wel IUGAS) een vordering op haar heeft, welke partij terzake inningsbevoegd is, en hoe Naftogaz bevrijdend kan betalen. Naftogaz ondersteunt de vordering van Omni om (in ieder geval een gedeelte van) de executieopbrengst apart te zetten totdat over het antwoord op deze vragen duidelijkheid bestaat.

2.3

Eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen (art. 217 Rv). Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert.3

2.4.1

Naftogaz was – na voeging in eerste aanleg (zie hiervoor in 2.1.5) – als geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep en eiseres in het incident tot tussenkomst, procespartij in zaak 200.254.745/01 (zie hiervoor in 2.1.7). Als procespartij in die zaak was Naftogaz bevoegd om – evenals Omni – beroep in cassatie in te stellen van de uitspraak van het hof. Anders dan Omni heeft Naftogaz geen beroep in cassatie ingesteld.

2.4.2

Een vordering tot voeging in cassatie kan niet dienen tot herstel van een eventueel verzuim om (tijdig) beroep in cassatie in te stellen.4

2.4.3

Toewijzing van Naftogaz’ vordering tot voeging leidt niet ertoe dat Naftogaz alsnog cassatieklachten kan aanvoeren tegen de beslissingen van het hof in het principaal hoger beroep, het incidenteel hoger beroep, dan wel het incident tot tussenkomst. Evenmin kan Naftogaz door middel van voeging opkomen tegen haar veroordeling in de proceskosten in het incidenteel hoger beroep en het incident tot tussenkomst. Naftogaz had zelf beroep in cassatie moeten instellen om cassatieklachten te kunnen aanvoeren en om te kunnen opkomen tegen haar veroordeling in de proceskosten. Als gevoegde partij aan de zijde van Omni in het geding in cassatie tussen Omni en Trameta, is Naftogaz gebonden aan de rechtsstrijd zoals die door het cassatiemiddel van Omni is bepaald, en kan Naftogaz zich slechts aansluiten bij het standpunt van Omni en dit ondersteunen.5

2.4.4

De enkele omstandigheid dat Naftogaz ervan heeft afgezien om beroep in cassatie in te stellen, staat – anders dan Trameta heeft betoogd – niet in de weg aan toewijzing van Naftogaz’ vordering tot voeging in cassatie. De bevoegdheid van een procespartij om een rechtsmiddel aan te wenden, sluit niet uit dat die partij een gerechtvaardigd belang erbij kan hebben om louter door middel van een vordering tot voeging in de volgende instantie, betrokken te blijven bij het geding en het standpunt van de partij aan wier zijde zij zich voegt, te ondersteunen door aanvoering van nadere argumenten. Wel kan een vordering tot voeging, ook in een geval als hier aan de orde, worden afgewezen wegens strijd met de eisen van een goede procesorde of wegens misbruik van procesrecht.

2.5

Naftogaz’ belang bij voeging in de hiervoor in 2.3 bedoelde zin is erin gelegen dat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van de afwijzing van de hiervoor in 2.1.3 bedoelde vordering van Omni om – kort gezegd – een gedeelte van de executieopbrengst apart te zetten totdat duidelijk is welke partij (Omni, Trameta, dan wel IUGAS) een vordering op Naftogaz heeft, welke partij terzake inningsbevoegd is, en hoe Naftogaz bevrijdend kan betalen. Trameta heeft onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van haar betwisting van dit belang van Naftogaz bij voeging.

Voorts is niet gesteld of gebleken dat Naftogaz’ vordering tot voeging moet worden afgewezen wegens strijd met de eisen van een goede procesorde of wegens misbruik van procesrecht, een en ander zoals hiervoor in 2.4.4 bedoeld.

2.6

De incidentele vordering tot voeging van Naftogaz is derhalve toewijsbaar.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- laat Naftogaz toe zich te voegen aan de zijde van Omni;

- veroordeelt Trameta in de kosten van dit incident, tot op deze uitspraak aan de zijde van Naftogaz begroot op € 68,07 aan verschotten en € 800,-- voor salaris, en aan de zijde van Omni op nihil;

- verwijst de zaak naar de rol van 20 december 2019 voor schriftelijke toelichting.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 15 november 2019.

1 Voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam 6 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1401.

2 Gerechtshof Amsterdam 28 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1717.

3 HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602, HR 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2534, en HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306.

4 Vgl. voor tussenkomst HR 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7324, rov. 3.5.

5 HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6692, rov. 3.3.