Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:178

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
18/01809
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:927, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontucht gepleegd met minderjarige dochter (meermalen gepleegd), art. 249.1 Sr. Middelen over onvoldoende respons op uos’en, over ontoereikende motivering van ’s Hofs oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en over de toegewezen vordering b.p. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 februari 2019

Strafkamer

nr. S 18/01809

MM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 maart 2018, nummer 22/001690-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019.