Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:177

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
17/02480
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:15
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:854, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van op vuurwapens lijkende veerdrukpistolen door kermisexploitant, art. 13.1 WWM. Kunnen veerdrukpistolen worden aangemerkt als speelgoedvoorwerpen a.b.i. art. 3 RWM jo. Richtlijn 2009/48/EG (Speelgoedrichtlijn)? Hof heeft geoordeeld dat de vermeldingen op de verpakkingen (hierop zijn door de fabrikant expliciet waarschuwingen resp. tekens in de vorm van verbodsborden geplaatst dat de voorwerpen niet geschikt/bestemd zijn voor gebruik door kinderen jonger dan 14 dan wel 18 jaar) kunnen worden betrokken bij de beoordeling of de veerdrukpistolen gelden als speelgoedvoorwerpen a.b.i. art. 3 RWM jo. Speelgoedrichtlijn. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voorts is ’s Hofs oordeel dat omstandigheid dat verpakkingen zijn voorzien van CE-markering niet meebrengt dat veerdrukpistolen reeds daarom moeten worden aangemerkt als speelgoedvoorwerpen a.b.i. de Speelgoedrichtlijn, juist (vgl. ECLI:NL:HR:2018:2091). Volgt verwerping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2019-0017
NJB 2019/375
RvdW 2019/252
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 februari 2019

Strafkamer

nr. S 17/02480

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 maart 2017, nummer 22/002691-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.F. Roelink, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Bewezenverklaring en beslissing op een gevoerd verweer

2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat: "zij op 23 september 2015 te Gouda wapens als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, zijnde een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk:

20 veerdruk pistolen (merk: ES, model: ES-2011K) en

20 veerdruk pistolen (merk: C&L, model: HY.729B) en

22 veerdruk pistolen (merk: Fei Xiang, model: MP 800), voorhanden heeft gehad."

2.2.

Het Hof heeft een door de raadsman gevoerd verweer als volgt samengevat en verworpen:

"De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van feit 1. Daartoe is – kortweg – aangevoerd dat de in beslag genomen voorwerpen vallen onder Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (verder: Speelgoedrichtlijn), waardoor zij een uitzonderingscategorie vormen als bedoeld in artikel 3 van de Regeling wapens en munitie. De in beslaggenomen voorwerpen, althans de verpakking hiervan, zijn immers voorzien van een CE-markering als bedoeld in de eerdergenoemde Speelgoedrichtlijn, aldus de raadsman. Wat de fabrikant van het voorwerp aan teksten/tekens op de verpakking heeft aangebracht is volgens de raadsman niet bepalend of het voorwerp speelgoed is in de zin van de Speelgoedrichtlijn.

Voor de beoordeling van het verweer van de raadsman zijn de navolgende bepalingen van belang:

(...)

Blijkens het proces-verbaal team forensische opsporing wapens, munitie en explosieven nr. PL1500 2015280375 1410066 van 28 september 2015 van opsporingsambtenaar [verbalisant] (pagina 49 e.v.) omtrent de twintig veerdrukpistolen, merk ES, model: ES2011K, staat – voor zover van belang – het volgende op de verpakking:

"ACHTUNG! Kein Spielzeug! Nicht für Personen unter 14 Jahren!"

"Nicht in Reichweite von Kindern liegen lassen"

"This is not a toy! Not for persons under the age of 14!"

"Don't leave the gun within reach of children"

Verder staat – voor zover van belang – blijkens het proces-verbaal team forensische opsporing wapens, munitie en explosieven nr. PL1500 2015280375 1410074 van 28 september 2015 van opsporingsambtenaar [verbalisant] (pagina 22 e.v.) omtrent de twintig veerdrukpistolen, merk C&L, model: HY.729B, het volgende op de verpakking:

"The best for ages 18 and up"

Op de linkerzijde van het deksel staat:

Een verbodsbord met daarin de afbeelding van een gezicht en 0-18

Op de rechterzijde van het deksel staat:

"Only for 18 years of age or older

Operation of this air gun for competition use is restricted to users of 18 years of age or older"

Ten slotte staat – voor zover van belang – blijkens het proces-verbaal team forensische opsporing wapens, munitie en explosieven nr. PL1500 2015280375 1410060 van 28 september 2015 van opsporingsambtenaar [verbalisant] (pagina 32 e.v.) omtrent de tweeëntwintig veerdrukpistolen, merk Fei Xiang, model: MP 800, het volgende op de verpakking:

"The best for ages 18 and up"

"Not for children under 18 years"

Voorts staat er op de verpakking een verbodsbord met daarin de afbeelding van een gezicht en 0-18.

Het hof overweegt met betrekking tot het verweer van de raadsman, met inachtneming van hetgeen hiervoor is weergegeven, als volgt. Uit het dossier blijkt dat de voorwerpen verpakt zijn in verschillende soorten dozen waarop door de fabrikant expliciet verschillende waarschuwingen – voorzien van uitroeptekens – en tekens in de vorm van een verbodsbord staan vermeld dat er geen sprake is van speelgoed en dat vorenbedoelde voorwerpen niet geschikt/bestemd zijn om door kinderen jonger dan 14 dan wel 18 jaar te worden gebruikt. Dat aan deze waarschuwingen en tekens geen belang zou moeten worden gehecht is ten aanzien van de onderhavige voorwerpen niet gebleken. Het hof heeft voorts (...) geen bepaling kunnen aantreffen waaruit blijkt dat de beslissing van de importeur om de voorwerpen als speelgoed te importeren en (al dan niet op de doos) van een CE-markering te voorzien bepalend is voor de vraag of een voorwerp speelgoed is in de zin van de Speelgoedrichtlijn.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat de voorwerpen niet zijn aan te merken als speelgoed in de zin van art. 2, eerste lid, van de Speelgoedrichtlijn en aldus niet onder het toepassingsbereik vallen van de Speelgoedrichtlijn. Het enkele feit dat de voorwerpen, althans de verpakking daarvan, zijn voorzien van een CE-markering doet daar niet aan af, nu deze CE-markering een markering is waarmee de fabrikant/importeur aangeeft dat het voorwerp in overeenstemming is met alle toepasselijke veiligheidseisen van de communautaire harmonisatiewetgeving die in het aanbrengen ervan voorziet.

Nu de voorwerpen niet als speelgoed worden aangemerkt, en aldus niet vallen onder de Speelgoedrichtlijn en onder de uitzonderingscategorie als bedoeld in artikel 3 van de Regeling wapens en munitie, wordt het verweer van de raadsman mitsdien verworpen."

3 Juridisch kader

Voor de beoordeling in cassatie zijn de volgende bepalingen van belang.

● Wet wapens en munitie:

- art. 2, eerste lid, aanhef en onder 7°:

"Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

Categorie I

(...)

7°. andere door Onze Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn."

● Regeling wapens en munitie (hierna: RWM):

- art. 3, aanhef en onder a:

"Als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, worden aangewezen:

a. voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG."

● Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (hierna: de Richtlijn of Speelgoedrichtlijn):

- art. 2, eerste lid:

"Deze richtlijn is van toepassing op producten die, al dan niet uitsluitend, ontworpen of bestemd zijn om door kinderen jonger dan 14 jaar bij het spelen te worden gebruikt (hierna "speelgoed" genoemd).

De in bijlage I vermelde producten worden niet als speelgoed in de zin van deze richtlijn beschouwd."

- art. 3, aanhef en onder 16:

"Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

16. "CE-markering": een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het speelgoed in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de communautaire harmonisatiewetgeving die in het aanbrengen ervan voorziet."

- art. 4, tweede lid:

"Fabrikanten stellen overeenkomstig artikel 21 de vereiste technische documentatie op en voeren overeenkomstig artikel 19 de toepasselijke beoordelingsprocedure ten behoeve van overeenstemming uit of laten deze uitvoeren.

Wanneer met die procedure is aangetoond dat het speelgoed aan de toepasselijke eisen voldoet, stellen de fabrikanten een EG-verklaring van overeenstemming, zoals bedoeld in artikel 15, op en brengt hij de in artikel 17, lid 1, beschreven CE-markering aan."

- art. 12:

"De lidstaten mogen op hun grondgebied het op de markt aanbieden van speelgoed dat aan deze richtlijn voldoet, niet belemmeren."

- art. 16, eerste lid:

"Speelgoed dat op de markt wordt aangeboden, is voorzien van de CE-markering."

- art. 17, eerste lid:

"De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op het speelgoed, op een daaraan bevestigd etiket of op de verpakking aangebracht. (...)"

● Bijlage I bij de Richtlijn: Lijst van producten die, met name, niet als speelgoed in de zin van deze richtlijn worden beschouwd (als bedoeld in artikel 2, lid 1):

"2. Producten voor verzamelaars, mits op het product of de verpakking ervan zichtbaar en leesbaar is aangegeven dat het bestemd is voor verzamelaars van 14 jaar en ouder. Voorbeelden van deze categorie zijn:

(...)

e) imitaties van echte vuurwapens."

4 Beoordeling van het middel

4.1.

Het middel klaagt onder meer over de verwerping door het Hof van het verweer dat de in de bewezenverklaring vermelde veerdrukpistolen speelgoedvoorwerpen zijn in de zin van art. 3 RWM in verbinding met de Speelgoedrichtlijn.

4.2.

Het Hof heeft vastgesteld dat voormelde veerdrukpistolen verpakt waren in dozen waarop door de fabrikant expliciet waarschuwingen respectievelijk tekens in de vorm van verbodsborden zijn geplaatst dat vorenbedoelde voorwerpen niet geschikt/bestemd zijn om door kinderen jonger dan veertien dan wel achttien jaar te worden gebruikt, en geoordeeld dat deze vermeldingen op de verpakkingen kunnen worden betrokken bij de beoordeling of die veerdrukpistolen gelden als speelgoedvoorwerpen in de zin van art. 3 RWM in verbinding met de Speelgoedrichtlijn. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

4.3.

Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de omstandigheid dat de veerdrukpistolen, althans de verpakkingen daarvan, zijn voorzien van een CE-markering niet met zich brengt dat die veerdrukpistolen reeds daarom moeten worden aangemerkt als speelgoedvoorwerpen in de zin van art. 3 RWM in verbinding met de Speelgoedrichtlijn. Dat oordeel is juist (vgl. HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2091).

4.4.

Het middel faalt in zoverre.

4.5.

Ook voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019.