Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1764

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
18/03960
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:910
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:2287, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit aanwezig hebben van 53 kilo hennep en verwerken en bewerken van groot aantal hennepplanten door eigenaar van coffeeshop. 1. OM n-o in ontnemingsvordering wegens schending van vertrouwensbeginsel gelet op brief van burgermeester? 2. Moeten alle uit (gedoogde) softdrugshandel verkregen inkomsten worden geacht w.v.v. te zijn? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1202
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03960

Datum 12 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 31 augustus 2018, nummer 22/000523-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de betrokkene.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.B. Milo, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.