Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:176

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
16/03537
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 21-4-2007 op Schiphol op geldbedragen (USD 57.500, € 1.850 en CHF 5.000) onder ander die wordt verdacht van witwassen. Klager (derde/niet-beslagene) stelt rechthebbende op deel van geldbedragen te zijn (USD 41.000, € 1.850 en CHF 5.000). Rb heeft klaagschrift ongegrond verklaard op de grond dat belang van strafvordering zich niet tegen opheffing beslag verzet maar klager niet heeft aangetoond dat hij buiten redelijke twijfel als rechthebbende op geldbedragen dient te worden aangemerkt. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel in zoverre terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Rb heeft in de bestreden beschikking het juiste toetsingskader weergegeven voor de beoordeling van een beklag van een derde tegen een ex art. 94 Sv gelegd beslag. Door vervolgens echter te overwegen dat klager niet (genoegzaam met stukken) heeft aangetoond dat hij buiten redelijke twijfel als eigenaar van/rechthebbende op de in het klaagschrift genoemde geldbedragen dient te worden aangemerkt, en overigens geen stukken heeft overgelegd die zijn stelling onderbouwen dat de in beslag genomen geldbedragen legaal door hem zijn verkregen, heeft Rb een andere dan de toepasselijke en dus een onjuiste maatstaf aangelegd. CAG gaat in op vraag naar ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu OvJ t.a.v. deel geldbedragen heeft gelast dat daarmee wordt gehandeld als verbeurdverklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/246
SR-Updates.nl 2019-0169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 februari 2019

Strafkamer

nr. S 16/03537 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 2 mei 2016, nummer RK 16/001491, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat de Rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal onder 4.1 tot en met 4.3 is het middel in zoverre terecht voorgesteld. Het middel behoeft voor het overige geen bespreking.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019.