Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1744

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
17/02172
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:931
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Toerekening w.v.v. aan betrokkene toereikend gemotiveerd, nu Hof totaal w.v.v. pondspondsgewijs heeft verdeeld over 3 i.p.v. 4 personen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/02246 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1183
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/02172

Datum 12 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2017, nummer 20/001586-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de betrokkene.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting, tot vermindering van het bedrag naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2

Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 235.461,-.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 230.461,- bedraagt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.