Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1739

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
18/03020
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1158
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:5514, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Grooming door via WhatsApp berichten aan 14-jarige jongen plaats en tijdstip voor ontmoeting voor te stellen om seks te hebben, art. 248e Sr. Is voorstellen van een concrete plaats en tijd voor het hebben van een ontmoeting en trachten het verwezenlijken van deze afspraak af te dwingen door druk op slachtoffer uit te oefenen, waarbij verdachte en slachtoffer elkaars telefoonnummer hadden, voldoende voor oordeel dat verdachte “enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van een ontmoeting” a.b.i. art. 248e Sr? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1198
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03020

Datum 12 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2017, nummer 20/000971-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.