Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1736

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
18/00583
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:848
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:5513, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Eendaadse samenloop van poging tot verleiding tot ontuchtige handelingen van 15-jarige leerling door leraar op middelbare school, art. 248a Sr en poging tot grooming, art. 248e Sr. 1. Is bewezenverklaring van poging tot verleiding toereikend gemotiveerd? 2. Is poging tot grooming strafbaar?

Ad 1. Hof heeft o.m. vastgesteld dat verdachte, een leraar op een middelbare school, meermalen SMS-berichten aan leerling (A) heeft gestuurd die gaan over het hebben van seks met A, dat hij nagellak, een ketting en oorbellen aan haar cadeau heeft gegeven, dat hij meermalen heeft aangedrongen op het maken van een seksafspraak, waaronder op korte termijn in Limburg, en dat verdachte heeft aangegeven het, mede op de ondersteuning van A gerichte, contact te zullen verbreken als zij niet zou ingaan op de voorgestelde seksafspraken. ’s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat verdachtes gedragingen strafbare poging opleveren omdat deze naar de uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van het bewegen ontuchtige handelingen te plegen of te dulden en dat deze dus moeten worden aangemerkt als een begin van uitvoering van het misdrijf van art. 248a Sr, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

Ad 2. Art. 248e Sr is in WvSr opgenomen ter uitvoering van art. 23 Verdrag van Lanzarote. Nederland heeft geen gebruik gemaakt van mogelijkheid om zich het recht voor te behouden om poging tot het plegen van in art. 23 omschreven gedragingen niet strafbaar te stellen. In art. 248e Sr is ook niet bepaald dat poging tot dit misdrijf niet strafbaar is, terwijl wetsgeschiedenis evenmin blijk geeft van opvatting dat poging tot misdrijf van art. 248e Sr niet strafbaar zou zijn. ’s Hofs oordeel dat poging tot art. 248e Sr strafbaar is, is derhalve juist.

Volgt verwerping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2019-0380
NJB 2019/2561
RvdW 2019/1177
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00583

Datum 12 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2017, nummer 20/004016-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.G. van den Biezenbos, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verdachte heeft gepoogd een persoon waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen, althans dat de bewezenverklaring in zoverre niet kan volgen uit de gebezigde bewijsmiddelen.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is onder A overeenkomstig de tenlastelegging bewezenverklaard dat:

“hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 21 juni 2013 te [plaats] en/of [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen door giften en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande uit:

- het geven van een zilveren halsketting en oorringen en nagellak aan die [benadeelde partij] en

- het aanzienlijke leeftijdsverschil en

- de afhankelijkheidsrelatie tussen hem, verdachte, in de hoedanigheid van docent en die [benadeelde partij] als scholiere van [B] een persoon, te weten [benadeelde partij] , geboren op [geboortedatum] 1997, van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen, te weten seks te hebben en/of vrijen en/of (tong)zoenen en/of aanraken en/of betasten van/met die [benadeelde partij] , te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, opzettelijk:

- met die [benadeelde partij] contact heeft gezocht en/of een of meermalen contact heeft gehad via de sms en/of

- met die [benadeelde partij] meermalen gesprekken heeft gevoerd en/of

- [benadeelde partij] heeft gevraagd hem een foto van haar in bikini te sturen aan

hem, verdachte, en/of

- die [benadeelde partij] per sms heeft voorgesteld en/of gezegd “en als je echt iets met me wil opbouwen, dan wil ik over een paar jaar je weet wel wat ik bedoel” en/of “en je aanraken en dat jij mij aanraakt” en/of “en ja met jou wil ik vroeg of laat naar bed daar kijk ik nu al naar uit” en/of “je hoeft nergens bang voor te zijn ook niet voor het tongen” en/of “met z'n tweetjes in een heet bad te zitten en lekker met elkaar te vrijen” en/of “ik doe echt wel voorzichtig bij jou de eerste keer” en/of “het lijkt me geweldig om aan je te mogen komen, om je te proeven, om met je te vrijen” en/of

- die [benadeelde partij] heeft getracht te bewegen alleen met hem, verdachte, weg te gaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 augustus 2013 (pg. 21-34), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van aangeefster [benadeelde partij] :

Ik wil aangifte doen tegen [verdachte] , omdat hij sms’jes heeft gestuurd met seksueel getinte dingen erin en de dingen die hij daarbij heeft gezegd.

A: Ik ben [benadeelde partij] en ik ben geboren op [geboortedatum] 1997. Ik woon in [woonplaats] . Ik zit nu in Havo 4 op [B] in [plaats] .

(pg. 25-26)

V: Hoe is het contact met [verdachte] ontstaan?

A: Ik zat in de tweede klas en had les van hem. Mijn vriendin zat in de derde klas en had ook les van hem. Mijn vriendin heet [betrokkene 1] . Hij vertelde in de klas eens dat hij een meisje kende dat zichzelf sneed en dat hij haar hielp en mijn vriendin vertelde me dat toen. Ze stelde voor dat ik eens met hem zou moeten gaan praten. Zij heeft er toen voor gezorgd dat ik met hem kon praten. Zij is naar hem toegegaan en heeft gezegd dat ze een vriendin had die zich ook sneed. Hij had al gevraagd in welke klas haar vriendin zat en toen ze dat vertelde wist hij al wie ik was. We hebben toen een tijdstip uitgezocht waarop we met elkaar konden praten. Ik heb eerst twee gesprekken met hem en [betrokkene 1] samen gehad en in de daarop volgende week nog een keer en toen heb ik met [verdachte] alleen een gesprek gehad.

(...)

Het voorstel van [betrokkene 1] om met [verdachte] te gaan praten was ergens in januari 2012.

V: Je hebt gesproken over het feit dat [betrokkene 1] jou en [verdachte] in contact had gebracht. Ze is met je meegegaan en daarna ben jij een keer gegaan.

A: Ik ben daarna voortaan altijd alleen met hem gaan praten.

V: Hoe verloopt het contact tussen jou en [verdachte] dan precies?

A: In het begin was het gewoon in de pauze op woensdag en na mijn les. Ik gaf hem na de les een brief en als er iets was kon ik in de pauze met hem gaan praten. Hij liet me dan weten wanneer we samen konden praten.

(...)

In het begin was het dus alleen op woensdag. Ik vertelde hem na de les wat er was en dan keek hij wanneer hij tijd had en dan spraken we samen af in de pauze.

(pg. 26-27)

V: Waar gingen die gesprekken dan over?

A: In het begin over mijn problemen. Ergens in december gaf hij zijn telefoonnummer. Ik moest het weekend hockeyen en hij zei dat ik moest sms’en hoe het gegaan was en ook hoe het weekend verder verlopen was. Ik had hem vervolgens in het weekend een sms gestuurd, maar daar had hij niet op gereageerd. Ik zou die maandag in de pauze naar hem toe gaan. Hij sprak me ’s maandags aan en zei tegen me dat hij wel met mij wilde sms’en, maar hij zei daarbij dat ik mijn telefoon aan niemand mocht uitlenen of laten zien en dat ik elke avond alle sms’en moest wissen.

Ik moest die dag naar de GGZ en ik moest laten weten hoe dat was gegaan. Hij zou me een sms sturen als hij klaar was met les geven. Ik kreeg ’s avonds een sms waarin stond dat hij [betrokkene 1] niet zo erg vertrouwde. Eigenlijk stond er ‘ [...] ’, want hij had gezegd dat we alleen de voorletter van de naam moesten gebruiken als we over personen spraken, zodat men niet zou weten over wie het sms’je ging. Ik mocht ook niet zeggen pauze, maar ik moest zeggen ‘p’ en ik mocht ook niet zeggen na de les, want dan zou men weten dat hij leraar was ofzo. Hij wilde gewoon dat niemand wist over wie het ging en ik mocht ook niet zeggen dat ik hem als leraar kende.

De volgende dag had ik met hem afgesproken om in de pauze even te komen. Hij zei toen dat hij er ’s avonds nog bij had willen zetten ‘een dikke knuffel en slaap lekker’, maar dat hij niet wist hoe ik daarop zou reageren en hij dat maar niet gedaan had. Ik heb toen gezegd dat me dat niet uitmaakte en dus kreeg ik die avond een sms met ‘slaap lekker en dikke knuffel’.

(pg. 28)

V: Vertrouwde je hem?

A: Op dat moment wel.

V: Wanneer niet?

A: Toen hij die seksuele dingen ging zeggen. In de derde ging ik elke dag in de pauze met hem praten. Op woensdag gingen we ook nog praten, omdat zijn vrouw er dan niet was.

V: Waarom als zijn vrouw er niet was?

A: Hij vond het niet fijn als zijn vrouw binnenkwam als wij samen aan het praten waren. Een keer kwam zijn vrouw eraan en toen zei hij dat hij het over profielkeuze ging hebben. Hij vroeg dus, toen zij binnenkwam, welk profiel ik wilde kiezen.

A: Ik kwam bijna elke pauze dat hij er was.

V: De afspraken voor de gesprekken kwamen dus altijd van jou af?

A: In het begin wel, maar op een gegeven moment vroeg hij na een gesprek of ik de volgende pauze weer kwam om te praten.

V: Je zei dat je het niet meer leuk vond als hij over seksuele dingen ging praten.

A: Het eerste sms was: ‘Ik zit in bad, kom je erbij zitten.’ Of ‘Ik wil je een kusje geven.’ Hij zei ook ‘ik wil wel graag een kusje van je hebben’.

(pg. 29)

V: Wat voelde je toen hij die sms’en stuurde?

A: Ik vond dat echt vervelend.

A: Hij werd boos als ik de dingen die ik van hem had gekregen niet aandeed of gebruikte. Ik had nagellak, een ketting en oorbellen van hem gekregen.

(...)

Hij zei dat ik mijn ouders voor moest gaan liegen en dan met de trein naar hem toe komen. Hij zou me op het station op komen halen en dan zouden we samen naar Limburg ofzo rijden. We zouden daar dan samen zitten, wandelen in de bossen en praten. Hij zei dat hij, als ik niet binnen drie maanden met hem af zou spreken, hij niet kon begrijpen wat het voor zin had om samen contact te hebben. Hij zei dat hij, als we afspraken, met mij wilde knuffelen, zoenen en vrijen. Hij zei dat ik te mooi was om alleen mee te praten. Hij wilde met me zoenen en vrijen en daarbij zei hij dat hij dat binnen drie maanden wilde, omdat het anders geen zin had om met mij te praten.

(pg. 30)

V: Die voorstellen om naar Limburg te gaan. Hoe vaak heeft hij dat geprobeerd?

A: Hij begon daar wel elke dag over.

A: Hij wilde ook foto’s van mij in bikini.

(pg. 30-31)

V: Hoe komt het dat het contact nu is gestopt?

A: Hij zei dat hij in mij klaar wilde komen, dat hij geil op mij was en toen dacht ik dat dit echt te ver ging en dat ik dit echt niet wilde. Ik werd boos op hem en zei dat ik dit echt niet wilde. Ik zei dat ik dan liever geen contact wilde dan dat dit het gevolg zou zijn. Toen is het contact verbroken en negeerde hij mij.

(pg. 32)

V: Je hebt van hem cadeautjes gekregen. Hoe ging dat?

A: Hij heeft een kast in zijn lokaal. De cadeautjes lagen daar ook in. Ik moest mijn etui geven. Hij deed daar dan een cadeautje in en ik moest thuis kijken wat hij in mijn etui had gedaan. Ik kreeg die cadeautjes altijd in de pauze als wij die gesprekken hadden.

(pg. 33)

V: Wanneer heb jij voor het laatst met hem contact gehad?

A: Ik geloof dat ik 10 juni 2013 het laatste smsje van hem kreeg.

V : Hoe gaat het dan verder?

A: Ik negeerde hem op de sms. Ik heb hem geloof ik nog een of twee keer gezien op school.

2. Het proces-verbaal onderzoek Iphone [benadeelde partij] (pg. 19-20A) met bijlagen (pg. 120‑122A), voor zover inhoudende:

Ik, [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Oost-Brabant, stelde in verband met het onderzoek onder BVH zaaknummer 2013-104624, een nader onderzoek in naar de gegevens van de GSM telefoon (Apple Iphone 4/A1332) van betrokkene [benadeelde partij] .

Mij werd verzocht dit toestel nader te onderzoeken op aanwezigheid van de in dit toestel of de daarin aanwezige simkaart en/of geheugenkaart opgeslagen gegevens. Met daarvoor geschikte apparatuur en programmatuur heb ik de opgeslagen gegevens overgenomen.

(pg. 120-122A)

Bijlagen Apple Iphone 4 GSM (A1332):

Van [0001]

Index 2171

Tijd 21-2-2013 11:24:14

Bericht

Ik hoop dat je de moeite wilt nemen om thuis zo nu en dan alleen weg te gaan. Zodat als wij willen afspreken dat het niet opvalt!!! Ik wil echt heeeeel graag met je weg!!!!! Lekker samen zijn!!!! Ik hou van je!!!!

Van [0001]

Index 3802

Tijd 28-3-2013 10:31:40

Bericht

(...)

En die afspraak, ik wil hoe dan ook in de zomer afspreken, met alles erop en eraan (...) En als je echt iets met me wil opbouwen, dan wil ik over een paar jaar.....Je weet wel wat ik bedoel. Dit zijn geen grapjes, dit wil ik echt zo!!!!!

Van [0001]

Index 3803

Tijd 28-3-2013 10:48:50

Bericht

Je bent gewoon bang, omdat.....Ik ga dat niet uitspreken, want dat weten we allebei!!!! Zo iets hoort gewoon fijn te zijn en hoor je naar uit te kijken!!!!! Je bent gewoon een schijtert daarin!!! En als er zo’n afspraak staat is het voor mij ook makkelijker om jou te helpen. Anders heb ik het idee dat je me aan het lijntje houdt.

Bevestig nou die afspraak maar door drie hartjes onder je volgend smsje te zetten, en gewoon doen, want dat is gewoon fijn om te doen zeker als je veel om elkaar geeft!!!!! Dus gewoon doen, ik doe echt wel voorzichtig bij jou eerste keer!!!!

Aan [0001]

Index 3804

Tijd 28-3-2013 10:50:12

Bericht

Ik ben ook bang dat geef ik ook gewoon toe hoor... Ik vind daarom ook moeilijk om er een afspraak over te maken want ik weet niet wanneer ik er klaar voor ben. (...) En ik vind niet dat ik je aan het lijntje hou want ik zeg dat ik nog niet weet wanneer ik er klaar voor ben... Maar jij denkt daar blijkbaar anders over...En ik weet ook wel dat dit geen grapjes zijn...Maar ik weet gewoon niet wanneer ik er klaar voor ben en ik weet ook wel dat je dat gezeik vindt van mij...Dat snap ik allemaal ook best en het zou fijn zijn als je mij ook een beetje zou snappen...

Van [0001]

Tijd 28-3-2013 12:05:07

Bericht

Nee snappen doe ik je niet, en ja ik vind het gezeik van jou. Maar je antwoord is duidelijk. Je bent zoals nu blijkt van in je smsjes de n vergeten, je bedoelde noooooit in plaats van ooooit.

Van [0001]

Index 3818

Tijd 29-3-2013 14:44:50

Bericht

En zijn er al van jouw leeftijd die met verschillende jongens naar bed zijn geweest en die regelmatig staan te tongen met iemand. En dat zijn er meer dan 1 dat weet jij ook!!! Dat eerste ja dat zou ik graag willen, en je aanraken, en dat jij mij aanraakt, en waarom omdat je speciaal bent voor elkaar!! Ik weet dat je bang bent en dat je het daarom voor je uit schuift!!! (...) Wil je iets opbouwen of wil je het maar voor tussendoor?!?!? Ik hoop eerlijk gezegd dat het snel beter met je gaat, voor jou, voor mij, voor ons!!!!!

Aan [0001]

Index 3820

Tijd 29-3-2013 14:59:29

Bericht

Ik hoor genoeg verhalen van mensen die zelfs nog jonger zijn dan ik en die dit allemaal al doen... (...) En ik ben inderdaad bang en dat heb ik eerder ook al gezegd... Ik wil wel iets opbouwen maar ik weet gewoon nog niet wanneer ik er klaar voor ben... En jij geeft mij die tijd niet... Tenminste ik denk dat je me die tijd niet geeft... Want je wil nu iets concreets afspreken en dat kan ik niet.... Nog niet...

Van [0001]

Index 3821

Tijd 29-3-2013 15:21:57

Bericht

Ik heb ook meermaals de kans gehad om met iemand naar bed te gaan, maar nee dank je!!!!! Ik moet veel meer voelen voor iemand anders hoeft het voor mij niet. En ja met jou wil ik vroeg of laat naar bed daar kijk ik nu al naar uit!!!! En je hoeft nergens bang voor te zijn ook niet voor het tongen, ik weet zeker dat je ervan geniet!!!! Ik wil je die tijd best gunnen, als het van jou kant geen spelletje is!!!! En wil iets voor langere tijd, jij ook hoop ik?!?!?

Van [0001]

Index 2007

Tijd 16-2-2013 11:40:30

Bericht

Ik heb het nu al warm. Ik had toch liever gehad dat jij me warm had gemaakt!!

Heb je een foto in bikini van jezelf?? Zou ik die mogen zien???

3. Het proces-verbaal van bevindingen nummer PL2233-2013104624-13 d.d. 22 januari 2014 met bijlagen (pg. 1-5), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Ik heb een onderzoek ingesteld naar het SMS-verkeer tussen [verdachte] en [benadeelde partij] waarbij het volgende is bevonden. De SMS-berichten zijn geplaatst in een afzonderlijk document dat als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd.

Tijd: 7-3-2013 19:15:17;

Index: 3010;

Van: [0001] .

Bericht

Je hebt geen idee hoe een grote straf het voor me is, dat ik nog niet aan je mag komen van je, en dat in nog niet met je mag vrijen van je. Wat zal het een feest zijn voor me als het zo ver zal zijn!!!!!!

Tijd: 7-3-2013 19:36:11;

Index: 3012;

Van: [0001] .

Bericht

Ik hou van je, daarom blijf ik graag op je wachten!!!! Het lijkt me geweldig om aan je te mogen komen, om je te proeven, om met je te vrijen!!!!!!

Tijd: 8-3-2013 18:56:30;

Index: 3042;

Van: [0001] .

Klote dat je keelpijn steeds erger wordt, het is maar goed dan dat we van de week niet hebben staan vrijen. Hou je nog van me???? Ik hou van jou, heel veel zelfs!!!

Tijd: 8-3-2013 20:06:46;

Index: 3044;

Van: [0001] .

Bericht

Ja ik hou nog wel van je, zegje. Dat klinkt niet veelbelovend, alsof het snel over zal zijn. Je hebt over het vrijen niets gezegd van mijn vorige smsje, ik heb toch niet op je teentjes gestaan. En ja wil nog steeds super graag met je vrijen, jij ook met mij????

Tijd: 13-3-2013 16:22:33;

Index: 3236;

Van: [0001] .

Als je niet met mij wil afspreken, als je niet met mij wil vrijen, als je niet wil dat ik aan je lichaam kom, moet je er mee kappen!!! Ik twijfel absoluut niet aan mijn gevoelens voor jou, absoluut niet!!! Hoe lastig ook ik wil er voor gaan!!!! Jij wil er voor gaan maar dat ik vanmorgenvroeg niet echt gebleken. Als jij ervoor wil gaan mag zo iets niet meer voorkomen en moet je het begin van dit smsje ook willen. Anders zijn je gevoelens niet zoals het hoor voor mij!!!!!! En daar heb ik geen zin in!!!

Tijd: 13-3-2013 21:00:00;

Index: 3277;

Van: [0001] .

Bericht

Goede morgen schat, ik hoop dat je lekker hebt kunnen slapen. Misschien heb je wel een beetje over mij gedroomd. Wat ik vergeten ben gisteren je had leuke kleren aan. Buiten is het weer wit. Het is weer om met z’n tweetjes in een heet bad te zitten, en lekker met elkaar te vrijen, maarja........

Tijd: 22-3-2013 20:27:41;

Index: 3615;

Van: [0001] .

Bericht

Als ik zo je smsje lees bekruipt me weer het gevoel dat je er nooooit klaar voor zult zijn. Ik vraag me dan ook nu weer af of je wel van me houdt. Dat je om me geeft weet ik wel, maar dat is me niet genoeg!!!!! Je schijt gewoon in je broek om met me af te spreken, bang dat ik je aanraak, bang dat ik met je wil vrijen. Ja alles wat hierboven staat wil ik met je!!!! Leeftijdsgenoten doen dit elke maand met een ander, en jij durft het niet eens met degene van wie je houdt, tenminste je zegt dat je van me houdt. Ik twijfel of je er oooit inderdaad klaar voor zult zijn!!!!!! Je zegt als laatste dat je heel veel om me geeft meer dan dat zelfs, wat betekend dat eigenlijk voor jou?????

Tijd: 23-3-2013 15:11:04;

Index: 3638;

Van: [0001] .

Bericht

Gelukkig dat het tussen ons goed komt, ik kan niet wachten!!! Het lijkt me geweldig om met jou te vrijen enzo!!!!!!

Tijd: 23-3-2013 15:45:43;

Index: 3640;

Van: [0001] .

Echt heel fijn dat je zegt, tussen ons komt het wel goed hoor!! Ik meen het echt hoor, en zo voelt het ook van binnen, ik kan niet wachten. En ja, het lijkt me geweldig om met je te vrijen. Als het eenmaal zover is zal ik er intens van genieten, en jij ook!!!!!

Tijd: 24-3-2013 11:53:00;

Index: 3663;

Van: [0001] .

Bericht

Ik zou het fijn vinden als je zo nu en dan wat laat zien wat je in de zomer aantrekt als ik er niet bij ben. Dat kun jij wel regelen toch? En dat snijden, je moet echt proberen zo snel mogelijk te stoppen. Ik ben anders bang dat het tussen ons niet goed komt!!!! Want als je blijft snijden denk ik niet dat je gevoel het toelaat om met elkaar te vrijen enzo.....!!!! Ik hoop echt dat het goed komt tussen ons, en dat ik geen halfjaar meer moet wachten. Dit is geen spelletje voor mij, ik wil dit niet zomaar voor even!!!! Ik wil echt iets opbouwen!!!

Tijd: 25-3-2013 17:51:25;

Index: 3712;

Naam: [benadeelde partij] ;

Van: [0001] ;

Aan: [0002] .

Bericht

Ik hoop dat het snel goed komt tussen ons!!!!!! Je weet wat ik wil!!!! Samen iets opbouwen. Ik hoop ooit met je te kunnen vrijen, een eerste keer binnen een paar maanden.

4. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 25 november 2013 (pg. 47-119), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte wonende aan de [a-straat 1] te [woonplaats] :

(pg. 48)

A: Ik ben op [geboortedatum] 1964 geboren. (...) In augustus 1989 ben ik op [B] in [plaats] gaan werken.

(pg. 50-51)

A: Ik had alles met [benadeelde partij] besproken. In de tijd dat ik uitgenodigd ben bij de rector heeft hij me twee sms’jes laten zien en toen ging ik door de grond en had ik er spijt van.

V: U zit bij de politie. Waarom is dat?

A: Vanwege het groomen. Ik weet de indruk van mijn sms’jes, maar als ik ze nu lees gaat het nergens over. Dat doe je toch niet.

(...)

Ik had het sms’en nooit moeten doen. Toen het sms’en begon is het uit de hand gelopen.

(pg. 52)

V: Hoe komt u er bij om de weg te kiezen van de seksuele kant en niet een andere kant.

A: Ik werd er gewoon in meegezogen. Ik weet gewoon niet hoe ik die kant heb kunnen kiezen.

(...)

Alles bij elkaar heeft mijn contact met [benadeelde partij] ongeveer twee jaar in beslag genomen, mondeling, schriftelijk en via sms. Ik heb [benadeelde partij] in de eerste klas gehad. In de tweede klas heb ik ze ook gehad en toen is dit begonnen.

(pg. 53)

A: Ik heb haar een zilveren hangertje met ketting en oorbellen cadeau gedaan. Ook heb ik nagellak gekocht.

V: Ik heb een mailtje van haar waarin u vraagt naar een foto van haar in bikini en of u die mag zien?

A: Ik denk dat het was in de periode dat ze zo fel aan het afvallen was.

(pg. 55-56)

V: Afspraken, daar doet [benadeelde partij] altijd afwijzend op. Waarom dringt u dan toch zo aan? Ik geef u een voorbeeld.

Voorgelezen worden de volgende sms’jes:

28-03-2013 10.31 uur: ‘En de afspraak,.... dit wil ik echt zo!!!!!’

28-03-2013 10:48 uur: ‘Je bent gewoon bang.... bij je eerste keer!!!!’

28- 03-2013 12.05 uur: ‘Nee snappen doe ik het niet.... ‘

Die komen over alsof u toch wel heel erg doorduwt.

A: Ik heb er erg spijt van.

V: Ik lees u nog wat sms’jes voor.

Voorgelezen worden:

29- 03-2013 14:44 uur: ‘Er zijn er al van jouw leeftijd.... of wil je het maar voor tussendoor?!!’

29-03-2013 15.21 uur: ‘Ik hoor dat graag.....voor jou, voor mij, voor ons!!!

A: Dit gaat allemaal veel en veel te ver.

V: En toch is het gebeurd.

A: En toch is het gebeurd. Ik hoor dit nu en ik krijg het er zelf ook koud van. Volledig doorgeslagen.

V: Er is er maar een die er niets van begrijpt en dat is volgens ons, [benadeelde partij] . U blijft echter aandringen en zij wijst af. U noemt haar zelfs een zeikerd. U zegt: ‘Ik vind het heerlijk om in jou klaar te komen. Ik ben een beetje geil, geil op jou.’

A: Ja, dat heb ik op school ook gehoord. Daar is het helemaal doorgeslagen. Helemaal doorgeslagen. Ik schaam me er ook diep voor.

V: Wat vind u er nu van dat een officier dat poging grooming noemt.

A: Dat snap ik helemaal. Daarom ben ik ook hier.”

2.2.3

Het Hof heeft, voor zover in cassatie van belang, een door de raadsman gevoerd verweer als volgt samengevat en verworpen:

“De verweren van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van beide feiten en daartoe kort gezegd het volgende aan gevoerd:

(...)

c. er is geen begin van uitvoering (feit A)

De ten laste gelegde gedragingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet reeds gericht op voltooiing van het delict als bedoeld in artikel 248a Sr. De sms- berichten met een seksuele connotatie zijn onvoldoende voor het aannemen van een begin van uitvoering van het voornemen tot het plegen van ontuchtige handelingen.

(...)

De overwegingen van het hof dienaangaande

(...)

Ten tijde van de handeling die verdachte heeft gepleegd was het slachtoffer nog geen zestien jaar oud en dat was verdachte bekend. Dat de ontmoeting na haar zestiende verjaardag zou kunnen gaan plaatsvinden is in deze niet relevant.

Anders dan de verdediging stelt, staat het feit dat verdachte en [benadeelde partij] elkaar al kenden voordat de strafbare feiten werden gepleegd en zij naast de sms-contacten elkaar ook in het echt ontmoetten, naar het oordeel van het hof niet aan een bewezenverklaring van poging tot grooming in de weg. Verdachte heeft, zoals eerder opgemerkt, sms-berichten aan [benadeelde partij] gestuurd die gaan over het hebben van seks met [benadeelde partij] . Waar de bestaande contacten in de werkelijke wereld tussen verdachte en [benadeelde partij] hun oorsprong vonden in de wens van verdachte haar te ondersteunen, heeft hij parallel daaraan juist in de digitale wereld een andere werkelijkheid laten zien en ernaar gestreefd daadwerkelijk een situatie te creëren waarin hij seksueel contact met haar zou kunnen hebben. Daarmee is voldaan aan de delictsomschrijving van poging tot grooming.

Voorts is het hof, evenals de rechtbank, van oordeel dat de inhoud van de door verdachte aan [benadeelde partij] gestuurde sms-berichten, zoals die in de tenlastelegging staan vermeld, in onderling verband bezien, blijk geven van het opzet [benadeelde partij] te bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden (feit A) en van het oogmerk om ontuchtige handelingen met [benadeelde partij] te plegen (feit B). De teksten van de sms-berichten gaan immers over het hebben van seks met [benadeelde partij] , het met elkaar vrijen, tongzoenen en betasten. Het is mogelijk dat verdachte, zoals door de verdediging is gesteld, aanvankelijk en gedurende enige tijd van plan was [benadeelde partij] door een moeilijke periode te helpen en haar te weerhouden zichzelf te beschadigen, maar op enig moment is deze intentie omgeslagen in een niet mis te verstane uitnodiging tot seksuele handelingen.

Uit de inhoud van de sms-berichten die verdachte aan [benadeelde partij] heeft verzonden, kan niet alleen worden afgeleid dat bij verdachte het voornemen bestond [benadeelde partij] te verleiden, maar ook dat het versturen van de sms-berichten erop was gericht dat voornemen te voltooien. In de sms-berichten dringt verdachte steeds meer aan op een seksafspraak op korte termijn. Daarnaast blijkt uit de verklaring van [benadeelde partij] dat verdachte heeft voorgesteld dat zij binnen drie maanden met de trein naar hem toe zou komen, dat hij haar zou komen ophalen op het station en dat ze samen naar Limburg zouden rijden om te knuffelen, zoenen en vrijen. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het voornemen van verdachte [benadeelde partij] te verleiden ontuchtige handelingen te plegen of van verdachte te dulden zich zo door een begin van uitvoering heeft openbaard.

De verweren worden verworpen.”

2.3

Het onder A tenlastegelegde en bewezenverklaarde is toegesneden op art. 248a Sr. Dit artikel luidde ten tijde van het bewezenverklaarde:

“Hij die door giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk beweegt ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.”

2.4

Het Hof heeft blijkens de bewijsvoering onder meer vastgesteld dat de verdachte, een leraar op een middelbare school, in de bewezenverklaarde periode meermalen SMS‑berichten aan [benadeelde partij] , een leerling van de school, heeft gestuurd die gaan over het hebben van seks met haar, dat hij nagellak, een ketting en oorbellen aan haar cadeau heeft gegeven, dat hij meermalen heeft aangedrongen op het maken van een seksafspraak met [benadeelde partij] , waaronder op korte termijn in Limburg, en dat de verdachte heeft aangegeven het, mede op de ondersteuning van [benadeelde partij] gerichte, contact te zullen verbreken als [benadeelde partij] niet zou ingaan op de door hem voorgestelde seksafspraken. Het daarop gebaseerde oordeel van het Hof dat de gedragingen van de verdachte een strafbare poging opleveren omdat deze naar de uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van – kort gezegd – het bewegen ontuchtige handelingen te plegen of te dulden en dat deze dus moeten worden aangemerkt als een begin van uitvoering van het misdrijf van art. 248a Sr, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

2.5

Het middel faalt.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een poging tot het misdrijf van art. 248e Sr strafbaar is.

3.2.1

Het Hof heeft de verdachte, onder aanhaling van art. 45 Sr en art. 248e Sr, veroordeeld ter zake van onder meer “poging tot door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting” (feit B).

3.2.2

Het Hof heeft het verweer van de raadsman dat ertoe strekt dat poging tot het misdrijf van art. 248e Sr niet strafbaar is, als volgt samengevat en verworpen:

“De verweren van de verdediging

(...)

Met betrekking tot feit B heeft de verdediging (...) aangevoerd dat poging tot grooming niet strafbaar is. Zulks volgt uit de wetsgeschiedenis met betrekking tot de algemene strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen en de strafbaarstelling van grooming. De wetgever heeft grooming strafbaar willen stellen vanaf het moment dat het zich concretiseert tot een voorstel voor een ontmoeting met het kind, gevolgd door ‘material acts leading to a meeting’. Een verdere verschuiving van de strafbaarheid naar de voorfase zou betekenen dat het loutere internetcontact strafbaar zou zijn en dat zou te ver voeren. Het beschermde belang van onze zedelijkheidswetgeving en van het Verdrag van Lanzarote is de bescherming van de minderjarige tegen daadwerkelijk fysiek misbruik. Uit het gegeven dat Nederland geen gebruik heeft gemaakt van de in het Verdrag van Lanzarote gegeven mogelijkheid poging tot grooming niet strafbaar te stellen (opt out regeling), mag niet de conclusie worden verbonden dat de wetgever, in afwijking van de eigen parlementaire geschiedenis, bedoeld heeft poging tot grooming strafbaar te stellen, aldus de verdediging.

De overwegingen van het hof dienaangaande

Het debat heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep toegespitst op de vraag of poging tot grooming strafbaar is. Hierin ziet het hof aanleiding het volgende op te merken over grooming en een poging daartoe.

Grooming

Artikel 248e Sr stelt grooming strafbaar. Het wetsartikel is gebaseerd op artikel 23 van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58) (Verdrag van Lanzarote). Bedoeling was de digitalisering en de ontwikkelingen in de techniek in ogenschouw nemend, op adequate wijze bescherming te bieden aan minderjarigen tegen bedoelingen van pedoseksuelen om daadwerkelijk een situatie te creëren waarin zij seksueel contact met die minderjarigen kunnen hebben.

Artikel 23 van het Verdrag van Lanzarote luidt:

Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn voor het strafbaar stellen van het doen van een voorstel, door middel van informatie- en communicatietechnologie, door een volwassene aan een kind dat de ingevolge artikel 18, tweede lid, vastgestelde leeftijd niet heeft bereikt, tot een ontmoeting met als vooropgezet doel het plegen van een overeenkomstig artikel 18, eerste lid, onderdeel a, of artikel 20, eerste lid, onderdeel a, strafbaar gesteld feit tegen hem of haar, wanneer dit voorstel is gevolgd door materiële handelingen die tot een dergelijke ontmoeting leiden.

In het implementatietraject heeft de wetgever gesteld dat de gedraging zoals omschreven in artikel 248e Sr ‘in feite’ een voorbereidingshandeling is, een bijzondere vorm van het voorbereiden van een ander zedendelict (Kamerstukken II 2008/09, 31 810, nr. 3 p. 9 en nr. 7, p. 8), en is er benadrukt dat de uitvoeringshandeling − de finaliserende handeling van grooming − van wezenlijk belang is voor zowel de handhaving als de strafwaardigheid van het handelen:

‘De strafbaarstelling in het Verdrag vereist wel dat het gedrag van de dader zich concretiseert tot een voorstel voor een ontmoeting met het kind gevolgd door ‘material acts leading to a meeting’. Er is voor strafbaarheid derhalve meer nodig dan het uitsluitend op internet communiceren met een kind en het daarbij maken van seksuele toespelingen. Een zodanige verschuiving van de strafbaarheid naar de voorfase zou te ver voeren en is bovendien niet goed handhaafbaar. Voor de strafwaardigheid is het wezenlijk dat de communicatiefase uitmondt in een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op het realiseren van die ontmoeting. Deze gedragingen onderstrepen de vastheid van het voornemen van de dader om zijn digitaal misbruik daadwerkelijk om te zetten in het plegen van fysiek misbruik. Vanuit het oogpunt van een effectieve bescherming van kinderen is het zaak dat tegen deze gedragingen strafrechtelijk kan worden opgetreden.’ (Kamerstukken II 2008/09, 31810, nr. 3, p. 6-7).

Blijkens de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II, 2008-2009, 31 810, nr. 3) is voor strafbaarheid van “grooming” ex artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht dus vereist dat de communicatiefase, waarbij de dader het kind verleidt tot het delen van intimiteiten en op die wijze het kind in de digitale wereld vatbaar maakt voor seksueel misbruik in de fysieke wereld, uitmondt in een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op het realiseren van die ontmoeting.

Deze bevindingen en de jurisprudentie (zoals ECLI:NL:HR:2014:3140) leiden kort gezegd tot de conclusie dat vereist is, wil er sprake zijn van een voltooide grooming, een ontmoeting wordt voorgesteld met het oogmerk op het plegen van ontuchtige handelingen en dat voorbereidingen, gericht op het verwezenlijken van de ontmoeting, zijn getroffen. Deze voorbereidingen moeten concrete vormen hebben aangenomen, maar niet is vereist dat ieder onderdeel van de afspraak volledig is ingevuld. Onder omstandigheden, bijvoorbeeld als betrokkenen elkaars telefoonnummer hebben, kunnen ook op onderdelen globale afspraken voldoende zijn.

Poging tot grooming

Vervolgens ligt de vraag voor of grooming in een pogingsvorm kan bestaan.

Met betrekking tot de commune vorm van strafbare voorbereiding zoals neergelegd in artikel 46 Sr, wordt aangenomen dat deze niet in de vorm van een poging kan worden begaan.

Door de hierboven al aangehaalde zinsnede dat de gedraging zoals omschreven in artikel 248e Sr ‘in feite’ een voorbereidingshandeling is, een bijzondere vorm van het voorbereiden van een ander zedendelict, is discussie ontstaan over de vraag of poging tot grooming kan bestaan.

Het hof heeft ter beantwoording van deze vraag acht geslagen op het volgende:

In Kamerstukken II 2015/16, 34 372, nr. 3, p. 91 (Wet computercriminaliteit III, MvT) wordt het volgende voorbeeld aangehaald:

‘Er kan sprake zijn van een strafbare poging tot grooming als de communicatie heeft geleid tot het voorstel voor een ontmoeting maar geen handeling is ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een voorstel voor een ontmoeting met het oogmerk ontuchtige handelingen te verrichten, waarbij de minderjarige of degene die zich voordoet als minderjarige daar niet op in gaat of waarbij een ouder bijtijds heeft ingegrepen. Het voorstel voor de ontmoeting met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen of een afbeelding van een seksuele gedraging te vervaardigen waarbij het slachtoffer is betrokken, vormt dan het begin van uitvoering van het delict grooming.’

In het nader rapport (Kamerstukken II 2015/16, 34 372, nr. 4 (Wet computercriminaliteit III)) schrijft de minister:

‘(...) ben ik van mening dat voor de strafbaarstelling van een poging tot grooming geen uitdrukkelijke wettelijke regeling noodzakelijk is. Artikel 24 van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58) verplicht verdragspartijen tot het strafbaar stellen van poging tot (onder andere) grooming, tenzij een partij zich het recht heeft voorbehouden de poging niet toe te passen (artikel 24, derde lid). Nederland heeft zich in het kader van het ratificatietraject van het verdrag (Kamerstukken II 31 808, nr. 3; artikelsgewijze toelichting bij artikel 24), onder verwijzing naar artikel 45 Sr, op het standpunt gesteld dat poging tot het plegen van misdrijven in Nederland strafbaar is. Er is geen gebruik gemaakt van de uitzonderingsmogelijkheid die het verdrag biedt. Bij wet is de strafbaarheid van de poging tot grooming derhalve niet uitgesloten.’

Het voorgaande kan naar het oordeel van het hof tot geen andere conclusie leiden dan dat de parlementaire geschiedenis een strafbare poging tot grooming niet uitsluit. Wet en het Verdrag van Lanzarote doen dat naar het oordeel van het hof evenmin. Grooming is weliswaar door de wetgever aangemerkt als ‘in feite’ een voorbereidingshandeling, maar artikel 248e Sr is niet als specifiek voorbereidingsdelict aangemerkt. In het Wetboek van Strafrecht wordt een (strafbare) poging tot grooming niet uitgesloten. Volgens artikel 24 van het Verdrag van Lanzarote dient de poging tot het plegen van de in het Verdrag strafbaar gestelde feiten strafbaar te worden gesteld. De wetgever heeft geen gebruik gemaakt van de ter zake geboden opt out regeling.

Het hof komt aldus tot het oordeel dat poging tot grooming strafbaar is.”

3.3.1

Art. 248e Sr is op 1 januari 2010 in het Wetboek van Strafrecht opgenomen ter uitvoering van art. 23 van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (hierna: Verdrag van Lanzarote) (Trb. 2008, 58).

3.3.2

De volgende bepalingen zijn voor de beoordeling van het middel van belang.

- Art. 45, eerste lid, Sr luidt:

“Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.”

- Art. 248e Sr luidde ten tijde van het bewezenverklaarde:

“Hij die door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstelt met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij die persoon is betrokken, te vervaardigen wordt, indien hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.”

- Art. 23 Verdrag van Lanzarote luidt in de Nederlandse vertaling:

“Benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden

Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn voor het strafbaar stellen van het doen van een voorstel, door middel van informatie- en communicatietechnologie, door een volwassene aan een kind dat de ingevolge artikel 18, tweede lid, vastgestelde leeftijd niet heeft bereikt, tot een ontmoeting met als vooropgezet doel het plegen van een overeenkomstig artikel 18, eerste lid, onderdeel a, of artikel 20, eerste lid, onderdeel a, strafbaar gesteld feit tegen hem of haar, wanneer dit voorstel is gevolgd door materiële handelingen die tot een dergelijke ontmoeting leiden.”

- Art. 24, tweede en derde lid, Verdrag van Lanzarote luidt in de Nederlandse vertaling, voor zover van belang:

“Medeplichtigheid of uitlokking en poging

(...)

2. Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om een poging tot het plegen van een van de overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten, indien zulks opzettelijk geschiedt, strafbaar te stellen.

3. Elke Partij kan zich het recht voorbehouden het tweede lid gedeeltelijk of in het geheel niet toe te passen op de overeenkomstig artikel (...) 23 strafbaar gestelde feiten.”

- Art. 48 Verdrag van Lanzarote luidt in de Nederlandse vertaling, voor zover van belang:

“Ten aanzien van de bepalingen van dit Verdrag kunnen geen voorbehouden worden gemaakt, met uitzondering van de uitdrukkelijk vastgestelde voorbehouden.”

3.3.3

De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Rijkswet van 26 november 2009 tot goedkeuring van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58), Stb. 2009, 543, houdt onder meer het volgende in:

“Enkele van de in het Verdrag opgenomen strafbaarstellingsverplichtingen nopen tot uitvoeringswetgeving in Nederland. Deze wetgeving is opgenomen in het voorstel van wet tot uitvoering van het Verdrag.

Op grond van artikel 48 van het Verdrag kunnen geen voorbehouden bij het Verdrag worden gemaakt, met uitzondering van de bepalingen waarbij het Verdrag nadrukkelijk in die mogelijkheid voorziet. Nederland is voornemens om van die mogelijkheden geen gebruik te maken.

(...)

Artikel 24 (Medeplichtigheid of uitlokking en poging)

Poging tot het plegen van misdrijven, medeplichtigheid daaraan en het uitlokken van een strafbaar feit zijn strafbaar in Nederland (artikelen 45, 46 en 48 Sr).”

(Kamerstukken II 2008/09, 31 808 (R1872), nr. 3, p. 3, 13)

3.3.4

De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet van 26 november 2009 tot uitvoering van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58), Stb. 2009, 544, waarbij art. 248e in het Wetboek van Strafrecht is ingevoegd, houdt onder meer het volgende in:

“De strafbaarstelling in het Verdrag vereist (...) dat het gedrag van de dader zich concretiseert tot een voorstel voor een ontmoeting met het kind gevolgd door «material acts leading to a meeting». Er is voor strafbaarheid derhalve meer nodig dan het uitsluitend op internet communiceren met een kind en het daarbij maken van seksuele toespelingen. Een zodanige verschuiving van de strafbaarheid naar de voorfase zou te ver voeren en is bovendien niet goed handhaafbaar. Voor de strafwaardigheid is het wezenlijk dat de communicatiefase uitmondt in een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op het realiseren van die ontmoeting. Deze gedragingen onderstrepen de vastheid van het voornemen van de dader om zijn digitaal misbruik daadwerkelijk om te zetten in het plegen van fysiek misbruik. Vanuit het oogpunt van een effectieve bescherming van kinderen is het zaak dat tegen deze gedragingen strafrechtelijk kan worden opgetreden. Van strafbaarheid kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer de dader zich begeeft naar de voor de ontmoeting afgesproken plek, het slachtoffer van een routebeschrijving naar die plek voorziet of anderszins concrete voorbereidingen treft gericht op het verwezenlijken van de ontmoeting.”

(...)

«Grooming» kan in feite als een voorbereidingshandeling worden aangemerkt. Gelet op het voorbereidend karakter acht ik de voorgestelde strafbedreiging van ten hoogste twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie passend.”

(Kamerstukken II 2008/09, 31 810, nr. 3, p. 6-7, 9)

3.4

Blijkens de hiervoor onder 3.3.3 weergegeven memorie van toelichting bij de Rijkswet tot goedkeuring van het Verdrag van Lanzarote heeft Nederland geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zich overeenkomstig art. 24, derde lid, Verdrag van Lanzarote het recht voor te behouden om de poging tot het plegen van de in art. 23 van dat Verdrag omschreven gedragingen niet strafbaar te stellen. In art. 248e Sr is ook niet bepaald dat poging tot dit misdrijf niet strafbaar is. De onder 3.3.4 weergegeven geschiedenis van de totstandkoming van art. 248e Sr, waarop het middel een beroep doet, geeft evenmin blijk van de opvatting dat poging tot het misdrijf van art. 248e Sr niet strafbaar zou zijn. De daarin gemaakte opmerkingen over de strekking van het misdrijf van art. 248e Sr houden immers verband met de strafwaardigheid van het (voltooide) misdrijf, terwijl daarin tevens tot uitdrukking wordt gebracht dat de strafbaarstelling van art. 248e Sr betrekking heeft op gedragingen die aan seksueel misbruik voorafgaan.

3.5

Het oordeel van het Hof dat een poging tot het misdrijf van art. 248e Sr strafbaar is, is gelet op wat onder 3.4 is overwogen - juist. Het middel faalt derhalve.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.