Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1733

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
18/02829
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:1347
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1157
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Seksueel binnendringen bij meisje in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht (art. 243 Sr) en seksueel binnendringen bij meisje onder 16 jaren, meermalen gepleegd (art. 245 Sr) door als 17-jarige verdachte in zijn woning in Amsterdam ontuchtige handelingen te plegen met 13-jarig meisje dat meerdere glazen whisky heeft gedronken. 1. Wetenschap verdachte dat meisje in toestand van verminderd bewustzijn verkeerde. 2. ’s Hofs oordeel dat algemeen bekend is dat 13-jarige na drinken van meerdere glazen whisky in staat van verminderd bewustzijn is. 3. Geen ontucht, nu seksuele handelingen niet in strijd zijn met sociaal-ethische norm? 4. Beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling t.a.v. leeftijd van slachtoffer. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/01991 J.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1194
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02829

Datum 12 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 april 2018, nummer 23/003580-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de opgelegde straf, vermindering van de hoogte van de straf naar de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen jeugddetentie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten werkstraf en de duur van de vervangende jeugddetentie;

- vermindert het aantal uren werkstraf en de duur van de vervangende jeugddetentie in die zin dat deze 190 uren, subsidiair 95 dagen jeugddetentie, belopen;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.