Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1725

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-11-2019
Datum publicatie
08-11-2019
Zaaknummer
19/00494
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:871
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:471
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Huur bedrijfsruimte; art. 7:290 BW. Opzegging door verhuurder. Dringend persoonlijk gebruik en belangenafweging; art. 7:296 BW. Is nieuwe huurovereenkomst gesloten waardoor termijnen voor huurbescherming opnieuw zijn gaan lopen? Art. 7:292 BW. Tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten; art. 7:297 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00494

Datum 8 november 2019

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: mr. N.C. van Steijn,

tegen

UNIBAIL-RODAMCO NEDERLAND WINKELS B.V.,
gevestigd te Haarlemmermeer, gemeente Haarlemmermeer,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Unibail,

advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. P.A. Fruytier.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 5129425 RL EXP 16-16218 van de kantonrechter te Den Haag van 14 maart 2017;

b. de arresten in de zaak 200.213.703/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 april 2017, 25 juli 2017, 20 maart 2018 en 20 november 2018.

[eisers] hebben tegen de arresten van het hof van 20 maart 2018 en 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld. Unibail heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep (ingeval het uitgangspunt in de conclusie onder 2.33 juist is), en het vaststellen van een nieuwe datum en een nieuw tijdstip als in de conclusie onder 2.36 vermeld.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

De Hoge Raad heeft kennis genomen van de brief van mr. N.C. van Steijn van 23 september 2019.

2 Uitgangspunten en feiten

Het gaat in deze zaak, kort gezegd, om beëindiging van een huurovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte. Unibail heeft als verhuurster een daartoe strekkende vordering ingesteld jegens [eisers] In cassatie is onder meer aan de orde de door het hof aan [eisers] toegekende tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in art. 7:297 lid 1 BW.

3 Beoordeling van het middel

3.1.1

Onderdeel 7 van het middel klaagt, samengevat, dat het hof bij de behandeling van de verhuis- en inrichtingskosten niet is ingegaan op de post met betrekking tot de alarminstallatie.

3.1.2

Unibail heeft zich wat betreft onderdeel 7 gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.

3.1.3

De kantonrechter heeft ter zake van de kosten van de alarminstallatie een bedrag van
€ 1.500,-- toegewezen. Het hof had, gelet op de door het hof in rov. 22 en 23 van zijn eindarrest gekozen uitgangspunten, voor de kosten van de alarminstallatie een bedrag van € 4.800,-- moeten toewijzen, derhalve € 3.300,-- meer dan het door de kantonrechter toegewezen bedrag (zie voor de berekening de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.31 en 2.32).

3.1.4

Tussen partijen staat vast dat Unibail het bedrag van € 3.300,-- inmiddels aan [eisers] heeft voldaan. Blijkens de gedingstukken heeft Unibail op 14 februari 2019 een bedrag van € 300,-- betaald en op 8 mei 2019 het resterende bedrag van € 3.000,--. Dit brengt mee dat onderdeel 7 weliswaar terecht is voorgesteld, maar dat [eisers] – mede gelet op hetgeen hierna in 3.2 wordt overwogen – geen belang hebben bij vernietiging van het eindarrest van het hof.

3.2

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.3

Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.

3.4

[eisers] zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Daarbij is in aanmerking genomen dat Unibail zich wat betreft onderdeel 7 heeft gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- bepaalt als datum waarop de huurovereenkomst tussen Unibail en [eisers] zal eindigen 1 januari 2020;

- veroordeelt [eisers] om uiterlijk 1 januari 2020 te 0.00 uur de gehuurde ruimte aan de [vestigingsplaats], in winkelcentrum Leidsenhage, te verlaten en te ontruimen met al het hare en de haren, (onder)huurders of gebruikers inbegrepen, en leeg en ontruimd en in goede staat en behoorlijk schoongemaakt en onder afgifte van de sleutels aan Unibail ter beschikking te stellen;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Unibail begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 8 november 2019.