Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:168

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
17/05369
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1481
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. Tijdig schriftuur houdende grieven ingediend? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Brief van raadsman van 1 april 2016 waarin de griffier wordt gemachtigd h.b. in te stellen tegen vonnis van 22 maart 2016, op 1 april 2016 opgemaakte appelakte en appelschriftuur die blijkens de daarop geplaatste ontvangststempel van griffie op 14 april 2016 om 12:01 uur naar griffier van Rb per fax is verzonden, bieden grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte tijdig (binnen 14 dagen na het instellen van het beroep) een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410 Sv is ingediend. ’s Hofs oordeel dat geen schriftelijke bezwaren zijn opgegeven, is onbegrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2019-0021
RvdW 2019/255
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 februari 2019

Strafkamer

nr. S 17/05369

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 maart 2017, nummer 21/001896-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel bevat de klacht dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep omdat de verdachte, anders dan het Hof heeft overwogen, tijdig een schriftuur houdende grieven heeft ingediend.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 6 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019.