Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1593

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
15-10-2019
Zaaknummer
18/03213
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:850
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schuldheling, art. 417bis Sr. (Bewijs)klacht dat uit de b.m. niet kan volgen dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de door hem op marktplaats aangeboden veegmachine door misdrijf was verkregen. HR: art.81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1127
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03213

Datum 15 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 december 2017, nummer 20/001739-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.W.E. Luiten, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2019.