Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1537

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-10-2019
Datum publicatie
08-10-2019
Zaaknummer
18/00522
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1031
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. snelheidsovertreding, art. 20.a RVV 1990. Dubbel verstek. Kon Hof verstek verlenen tegen niet verschenen verdachte, nadat appeldagvaarding in persoon is uitgereikt aan verdachte maar verdachte uit in persoon uitgereikte oproeping voor nadere tz. heeft kunnen afleiden dat nadere - inhoudelijke - behandeling van haar zaak eerst op latere datum zou aanvangen en haar aanwezigheid bij behandeling van schorsing niet noodzakelijk was? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Gelet op oproeping voor nadere behandeling van haar zaak op 18-1-2018 kan worden aangenomen dat verdachte redelijkerwijs mocht verwachten dat op 14-12-2017 geen inhoudelijke behandeling van zaak zou plaatsvinden. Op die grond heeft Hof ten onrechte verstek verleend. Enkele constatering dat appeldagvaarding op rechtsgeldige wijze "lijkt” te zijn betekend en dat verdachte niet gedetineerd is, maakt dat uit ’s Hofs motivering niet kan worden opgemaakt of Hof zich rekenschap heeft gegeven van zijn onderzoeksverplichting. CAG gaat in op vraag naar ontvankelijkheid van cassatieberoep. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2019-0349
NJB 2019/2276
RvdW 2019/1102
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00522

Datum 8 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 december 2017, nummer 23/002191-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F. van Baarlen, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Het middel klaagt over de beslissing van het Hof tot het verlenen van verstek tegen de niet verschenen verdachte.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.1 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2019.