Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1498

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-10-2019
Datum publicatie
04-10-2019
Zaaknummer
19/01081
Formele relaties
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2019:138
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 19/01081

Datum 4 oktober 2019

ARREST

In de zaak van

[X] te [Z] , Marokko (hierna: belanghebbende)

tegen

het UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN

op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 16 januari 2019, nr. 17/2477 WAO, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 16/6050) betreffende een besluit ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2019.