Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1488

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
18/02500
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:741
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen gekwalificeerde diefstal, meermalen gepleegd, art. 311 jo. 310 Sr. Middel m.b.t. uos dat Hof zich bij de bewezenverklaring van het onder 2 tlgd. feit in strijd met art. 338 jo. 301.4 Sv heeft gebaseerd op een processtuk uit een andere strafzaak dat geen deel uitmaakt van het onderhavige procesdossier en niet is behandeld tijdens het onderzoek ttz. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1051
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02500

Datum 1 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2017, nummer 20/003860-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Broere, advocaat te Roosendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.