Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1486

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
18/02219
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:731
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:322
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Witwassen van geldbedragen, art. 420bis.1.b (oud) Sr. Vanaf welk moment kunnen verworven geldbedragen, waarop belastingverplichting rust, “uit misdrijf afkomstig” worden en op welk moment kan wetenschap daaromtrent geacht worden te bestaan? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1049
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02219

Datum 1 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 februari 2018, nummer 22/001873-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.