Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1480

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
18/02502
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:978
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. zwart rijden(art. 70.1 jo. 101 Wet personenvervoer 2000). Dubbel verstek. Niet ter kennis van Hof gekomen appelschriftuur, die blijkens aan cassatieschriftuur gehechte stukken buiten termijn en bij verkeerde instantie is ingediend. Kon Hof voorbij gaan aan inhoud van dag voor tz. in h.b. per fax naar Hof verzonden schrijven met bijgesloten grievenformulier van raadsman? In art. 416.2 Sv bedoeld geval dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend doet zich niet voor indien schriftuur buiten in art. 410.1 Sv genoemde termijn van 14 dagen na instellen van h.b. maar wel voorafgaand aan tz. in h.b. is ingediend (vgl. ECLI:NL:HR:2013:585). Hetzelfde geldt indien dergelijke schriftuur kennelijk met het oog op naderende tz. in h.b. niet op griffie van gerecht dat vonnis heeft gewezen maar op griffie van Hof waar zaak in h.b. dient, is ingediend. Hof heeft verdachte mede o.g.v. ontbreken schriftuur houdende grieven n-o verklaard. Procesverloop en overige f&o die van belang zijn bieden echter voldoende grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte wel schriftuur houdende grieven is ingediend. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2019-0329
RvdW 2019/1052
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02502

Datum 1 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 november 2017, nummer 21/002662-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.F.J. Beugelsdijk, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof - op de voet van
art. 416, tweede lid, Sv - van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.

2.2

Het procesverloop, de wettelijke regelgeving en de overige feiten en omstandigheden die voor de beoordeling van het middel van belang zijn, zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2.3

Het in art. 416, tweede lid, Sv bedoelde geval dat de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend doet zich niet voor indien de schriftuur buiten de in art. 410, eerste lid, Sv genoemde termijn van veertien dagen na de instelling van het hoger beroep, maar wel voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep is ingediend (vgl. HR 3 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:585). Hetzelfde geldt indien een dergelijke schriftuur kennelijk met het oog op de naderende terechtzitting in hoger beroep niet op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, maar op de griffie van het gerechtshof waar de zaak in hoger beroep dient, is ingediend.

2.4

Het Hof heeft mede op de grond dat door de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend, de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. De inhoud van hetgeen onder 2.2 is vermeld biedt echter voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens de verdachte wel een schriftuur houdende grieven is ingediend.

2.5

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.