Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1475

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
16/00356
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:712
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op goederen die gebruikt kunnen worden bij opzetten van hennepkwekerij onder klaagster t.z.v. verdenking van overtreding van art. 11a Opiumwet. 1. Heeft Rb verkeerd toetsingskader aangelegd, nu goederen niet onder klaagster als (onder)huurder van desbetreffend pand maar onder hoofdhuurder van diverse bedrijfspanden in beslag zijn genomen? 2. Is Rb bij haar oordeel dat belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet, te ver vooruit gelopen op later oordeel strafrechter? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 16/00356

Datum 1 oktober 2019

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 22 december 2015, nummer RK 15/1849, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend

door

[klaagster],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de klaagster.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.