Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1440

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-09-2019
Datum publicatie
27-09-2019
Zaaknummer
18/01732
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2018:339, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:602, Gevolgd
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Procesrecht. Kan de vrouw na beëindiging van de gezamenlijke huishouding van partijen aanspraak maken op aan de man in Duitsland uitgekeerd "Kindergeld"? Vordering van de vrouw bij verstek toegewezen. Heeft de man tijdig verzet ingesteld? Art. 143 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/983
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/01732

Datum 27 september 2019

ARREST

In de zaak van

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: de vrouw,

advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,

tegen

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de man,

advocaat: mr. T. Dohmen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

a. de arresten in de zaak 200.180.608/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 januari 2017 en 30 januari 2018;

b. zijn arrest in het incident in deze zaak van 18 januari 2019.

De vrouw heeft tegen de arresten van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

  • -

    De Hoge Raad verwerpt het beroep;

  • -

    compenseert de kosten van het geding in cassatie, de kosten van het incident daaronder begrepen, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 27 september 2019.