Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1420

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
17/05974
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:975
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Bezwaarschrift tegen dagvaarding t.z.v. verdenking van valselijk opmaken en gebruik maken van brief m.b.t. arbeids- en rusttijden van buitenlandse werknemers bij aanleg tunnel (art. 225.1 Sr), art. 262 Sv. 1. Ongegrondverklaring bezwaarschrift. 2. Beschikking in strijd met art. 22.1 jo. 24.1 Sv in openbaar uitgesproken? HR: art. 81.1 RO en t.a.v. uitspraak in openbaarheid verwijzing naar ECLI:NL:HR:2019:1410. Samenhang met 17/04400 B en 17/05983 B.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/1037
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/05974

Datum 1 oktober 2019

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 augustus 2017, nummer AVNR 000640-17, op een bezwaarschrift als bedoeld in art. 262 Sv, ingediend

door

[verdachte],

gevestigd te [plaats],

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.W.J. Kerckhoffs, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO – en wat betreft het derde middel de heden uitgesproken beschikking in de zaak 17/04400, ECLI:NL:HR:2019:1410 – geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.