Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:140

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-02-2019
Datum publicatie
01-02-2019
Zaaknummer
18/04296
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1472, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Machtiging tot voortgezet verblijf. Rechtbank neemt beslissing meer dan vier weken na het verstrijken van de voorafgaande machtiging. Tijdsverloop veroorzaakt door wrakingsverzoeken betrokkene. Moet rechtbank de intussen verstreken tijd in mindering brengen op de geldigheidsduur van de verzochte machtiging? Art. 48 lid 1, onder b, Wet Bopz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/209
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 februari 2019

Eerste Kamer

18/04296

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M.E. Bruning,

t e g e n

de OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET MIDDEN-NEDERLAND,
zetelende te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/16/460081/FA RK 18-2663 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2018.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 1 februari 2019.