Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1354

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
17-09-2019
Zaaknummer
18/00027
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:682
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Poging diefstal d.m.v. verbreking, art. 311.1.5 Sr. Aanhoudingsverzoek. Tijdens onderzoek ttz. neemt griffier telefonisch contact op met bij Hof bekende raadsman van niet verschenen verdachte. Deze raadsman verwijst door naar andere raadsman, die op zijn beurt weer doorverwijst naar derde raadsman, die aangeeft niet van zaak te weten en voor andere zaak bij Hof aanwezig te zijn. Is aan griffier mondeling aanhoudingsverzoek gedaan waaraan Hof voorbij is gegaan dan wel had Hof ambtshalve plicht tot aanhouden? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/995
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00027

Datum 17 september 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 december 2017, nummer 20/001497-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.P.J.W.M. Govers, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2019.