Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1347

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
17-09-2019
Zaaknummer
18/01222
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:614
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Hennepteelt in woning die door verdachte wordt gehuurd, art.3.B Opiumwet en diefstal d.m.v. braak van elektriciteit, art. 311.1.5 Sr. Slagende bewijsklacht. De bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte opzettelijk hennep heeft geteeld en elektriciteit heeft weggenomen, kan niet z.m. worden afgeleid uit de inhoud van ’s Hofs bewijsvoering. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/012018 P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2019-0201
RvdW 2019/998
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01222

Datum 17 september 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 6 maart 2018, nummer 21/000967-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Het middel klaagt dat het onder 1 en 2 bewezenverklaarde ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“1. zij in de periode van 8 juni 2015 tot 18 augustus 2015 te Enschede, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [a-straat 1] een hoeveelheid van 378 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2. zij in de periode van 8 juni 2015 tot en met 18 augustus 2015 te Enschede, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Enexis, waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0600-201540297-1, gedateerd 27 juni 2016, dossierpagina 1-5, voor zover inhoudende als relaas en/of bevindingen van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 18 augustus 2015 stelde ik een onderzoek in op het adres [a-straat 1] te Enschede. Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij aanwezig was, waarvan de planten kennelijk waren geoogst.

In kweekruimte 1 stonden 126 vierkante kunststof kweekpotten. Elke kweekpot was gevuld met potaarde en zat een restant in van een hennepplant.

In kweekruimte 2 stonden 126 vierkante kunststof kweekpotten. Elke kweekpot was gevuld met potaarde en zat een restant in van een hennepplant.

In kweekruimte 3 stonden 126 vierkante kunststof kweekpotten. Elke kweekpot was gevuld met potaarde en zat een restant in van een hennepplant.

Ik constateerde op grond van mijn kennis en ervaring opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen dat het hennepplanten waren.

De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door de fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij illegaal werd afgenomen.

[betrokkene 1] is eigenaar van de woning [a-straat 1] .

[verdachte] was volgens het door [betrokkene 1] aangeleverde huurcontract huurder van de woning [a-straat 1] te Enschede.

2. De aangifte van Enexis B.V., opgemaakt door [betrokkene 2] , medewerker Beheersen Netverlies Enexis B.V., gedateerd 24 augustus 2015, dossierpagina 16-18, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op verzoek van politieambtenaar [verbalisant 2] is op 18 augustus 2015 door de fraude-inspecteur van Enexis B.V. een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in perceel [a-straat 1] te Enschede.

De fraude-inspecteur constateerde op 18 augustus 2015 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan: illegale aftakking gemaakt op de aansluitkabel binnen. Door de manipulatie werd afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd.

De fraudespecialist en de eerder genoemde politieambtenaar hebben aan de hand van indicatoren vastgesteld dat er sprake is geweest van 1 volledige kweek van 63 dagen.

3. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0600-2015402927-1, gedateerd 27 juni 2016, dossierpagina 55‑61, voor zover inhoudende als relaas en/of bevindingen van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Ontnemingsperiode: van 8 juni 2015 tot 18 augustus 2015. Deze periode beslaat 10 weken. Op 18 augustus 2015 werd door mij een reeds geoogste hennepkwekerij aangetroffen aan de [a-straat 1] . Omdat niet precies valt vast te stellen wanneer de hennepplanten geoogst zijn, heb ik de einddatum van de ontnemingsperiode vastgesteld op 18 augustus 2016.

De gemiddelde kweekcyclus is volgens rapport BOOM (het hof begrijpt: het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie van 1 november 2010) 10 weken. Het is aannemelijk dat sprake is geweest van één eerdere oogst.

4. Het als bijlage bij het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] , hoofdagent van politie, opgemaakt hoofdproces-verbaal, genummerd PL0600-2015402927, gedateerd 27 oktober 2016, gevoegde huurcontract, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Verhuurder: [betrokkene 1]

Huurder: [verdachte] , [b-straat 1] te Enschede

Adres gehuurde: [a-straat 1] te Enschede

De ingangsduur van de overeenkomst is 01-04-2015.

De einddatum van de overeenkomst is 01-04-2016.

Aldus voor bepaalde tijd overeengekomen.

Enschede, 30-3-2015

5. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0600-2015402927-14, gedateerd 27 oktober 2015, dossierpagina 51-52, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik ben [verdachte] en ik woon aan de [b-straat 1] te Enschede. Ik heb het huurcontract getekend van de [a-straat 1] .

6. De kennisgeving van inbeslagneming, gedateerd PL0600-2015402927-2, gedateerd 18 augustus 2015, dossierpagina 34-38, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Plaats: [a-straat 1] Enschede

Datum: 18 augustus 2015

Omstandigheden: Op 18 augustus 2015 werd in perceel [a-straat 1] te Enschede een inwerking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In deze woning stonden hennepplanten. In de kweekruimten werden sporendragers aangetroffen. Deze goederen zijn in beslag genomen.

Goednummer: PL0600-2015402927-869489

Aantal/eenheid: 1 rietje

Bijzonderheden: rietje, aangetroffen in kweekruimte

7. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 4] , forensisch onderzoeker en buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, genummerd PL0600-2015402927-11, gedateerd 30 september 2015, voor zover inhoudende als relaas en/of bevindingen van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 30 september 2015 werd door mij een forensisch onderzoek naar biologische sporen verricht aan sporendragers in verband met het aantreffen van het vervaardigen softdrugs op 17 (het hof begrijpt: 18) augustus 2015 aan de [a-straat 1] te Enschede.

Sporendragers

Goednummer: PL0600-2015402927-869489

SIN: AAGW0702NL

Relatie met SIN: AAIW3340NL

Aantal/eenheid: 1 rietje

Bijzonderheden: rietje, aangetroffen in kweekruimte

Ik zag dat sporendrager met SIN AAGW0702NL een rietje betrof. Ik heb deze sporendrager bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van speeksel.

Biologische sporen

SIN: AAIW3340NL

Relatie met SIN: AAGW0702NL

Spooromschrijving: speeksel

8. Het rapport ‘DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een veroordeelde’ van het Nederlands Forensisch Instituut van 17 juli 2017, opgemaakt door [betrokkene 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aan het referentiemonster wangslijmvlies RABM8595NL van de veroordeelde [verdachte] is DNA-onderzoek verricht. Van het DNA in dit referentiemonster is een DNA-profiel verkregen. Het DNA-profiel RABM8595NL van de veroordeelde [verdachte] is op 13 juli 2017 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is één match gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn geregistreerd onder DNA-profielcluster 40423.

Bovenstaande betekent dat DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel AAIW3340NL#01, uit DNA-profielcluster 40423, afkomstig kan zijn van de veroordeelde [verdachte] .

DNA-profielcluster 40423

Omschrijving onderzoeksmateriaal: een referentiemonster wangslijmvlies van [verdachte] (geboren op 19 mei 1967)

DNA-identiteitszegel: RABM8595NL

Omschrijving onderzoeksmateriaal: een bemonstering

DNA-identiteitszegel: RABM8595NL

Soort DNA-profiel: enkelvoudig DNA-profiel

Matchkans DNA-profiel: kleiner dan één op één miljard.”

2.2.3

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

“Het hof is van oordeel dat het door de raadsman van verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Ten aanzien van het aangetroffen DNA-materiaal van verdachte overweegt het hof nog het volgende. De omstandigheid dat dit DNA-materiaal op een verplaatsbaar object - te weten een rietje - is aangetroffen, doet in dit verband niet af aan de bewijskracht ervan, gelet op de plaats van het aantreffen van het rietje, te weten in één van de kweekruimtes, en het ontbreken van een plausibele verklaring van verdachte hieromtrent. Dat, zoals de raadsman niet onderbouwd heeft gesuggereerd, het rietje zou kunnen zijn achtergebleven tijdens de bezichtiging van het pand terwijl verdachte daarna nooit meer in het pand is geweest, acht het hof niet aannemelijk, alleen al vanwege de plaats waar dat rietje is aangetroffen.

Hoewel er aanwijzingen zijn dat er één of meer anderen betrokken is of zijn geweest bij de aangetroffen hennepkwekerij, heeft het hof geen duidelijkheid verkregen in welke mate dat het geval is geweest en waaruit de betrokkenheid van die ander of anderen dan zou hebben bestaan, zodat het hof niet bewezen acht dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde tezamen en in vereniging met één of meer anderen heeft gepleegd.”

2.3

Aangezien het onder 1 en 2 bewezenverklaarde niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.4

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2019.