Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1318

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-09-2019
Datum publicatie
13-09-2019
Zaaknummer
18/03451
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 8:57, lid 1, Awb. Hof had mondelinge behandeling niet achterwege mogen laten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 13-09-2019
V-N Vandaag 2019/2030
FutD 2019-2371
V-N 2019/43.21 met annotatie van Redactie
NLF 2019/2126 met annotatie van Jits Berns
NTFR 2019/2436 met annotatie van Mr. P.T. van Arnhem
Belastingblad 2019/367 met annotatie van R.A. Eskes
BNB 2019/167
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 18/03451

Datum 13 september 2019

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM

op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 juli 2018, nr. 17/00365, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 17/197) betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de klachten

2.1

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd en die aanslag na bezwaar gehandhaafd. Nadat belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar beroep had ingesteld, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag alsnog vernietigd.

2.2.1

Voor het Hof was in geschil of belanghebbende recht heeft op een integrale vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep.

2.2.2

Het Hof heeft partijen op grond van het bepaalde in artikel 8:57, lid 1, Awb gewezen op de mogelijkheid in hoger beroep te worden gehoord. Belanghebbende heeft bij fax van 19 mei 2018 verzocht om een behandeling ter zitting. Het Hof heeft mondeling uitspraak gedaan zonder partijen ter zitting te hebben gehoord.

2.3

Aangezien belanghebbende binnen de door het Hof gestelde termijn heeft verklaard gebruik te willen maken van zijn recht op een mondelinge behandeling, had het Hof die mondelinge behandeling niet achterwege mogen laten. De uitspraak van het Hof kan daarom niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3 Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof,

- verwijst het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,

- draagt het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 126, en

- veroordeelt het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.