Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1300

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
10-09-2019
Zaaknummer
17/03238
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:878
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

BTW-fraude door fictieve levering van o.m. pannensets aan afnemers in Spanje en Italië. Medeplegen vals opmaken van facturen en vervoersbescheiden, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr), gewoontewitwassen (art. 420ter Sr), feitelijke leiding geven aan opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 69 AWR), als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.3 Sr). 1. Heeft voorzitter Hof verdediging ex art. 292.3 Sv in gelegenheid gesteld tegen getuigenverklaringen in te brengen wat tot verdediging kan dienen? 2. Verweer dat OM n-o is in vervolging omdat verdachte in Italië reeds fiscaal is beboet. 3. Bewijsklachten. Gebruik voor bewijs van overzichtsproces-verbaal en bestrijding valsheid verkoopfacturen en vervoersbescheiden. 4. Beroep op detentie-ongeschiktheid verdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/03255, 17/03719, 17/03721, 17/03860, 17/03861 en 17/05519.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/969
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/03238

Datum 10 september 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 juni 2017, nummer 21/005173-12, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde, het vierde, het vijfde en het zesde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het zevende middel

3.1

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2

Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 21 maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze negentien maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2019.