Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1241

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-07-2019
Datum publicatie
19-07-2019
Zaaknummer
18/01664
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:473, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2018:706, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Verwerving beleggingsproducten. Zorgplicht financieel adviseur. Klachtplicht; art. 6:89 BW. Maatstaf voor verwijzing naar schadestaatprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/922
JONDR 2019/1264
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/01664

Datum 19 juli 2019

ARREST

In de zaak van

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: [eiser] ,

advocaat: mr. B.I. Kraaipoel,

tegen

[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: [verweerster],

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/16/379355/HA ZA 14-814 van de rechtbank Midden-Nederland van 17 december 2014 en 15 juli 2015;

b. de arresten in de zaak 200.179.364 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2017 en 23 januari 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het gerechtshof van 23 januari 2018 beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

 verwerpt het principale beroep;

 veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.