Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1240

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-07-2019
Datum publicatie
19-07-2019
Zaaknummer
18/02426
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2018:2219, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:719, Gevolgd
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Door Nederlandse rechter uitgesproken echtscheiding tussen Pakistaanse man en vrouw. Zijn partijen in Pakistan met elkaar gehuwd? Valsheid Pakistaanse huwelijksakte?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/925
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5219
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/02426

Datum 19 juli 2019

ARREST

In de zaak van

[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie,

hierna: de man,

advocaat: mr. K. Aantjes,

tegen

[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de vrouw,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/08/186144/HA ZA 16-199 van de rechtbank Overijssel van 19 oktober 2016;

b. de arresten in de zaak 200.203.349/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2017 en 6 maart 2018.

De man heeft tegen het arrest van het gerechtshof van 6 maart 2018 beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

 verwerpt het beroep;

 veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de man deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.