Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1162

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
17/05177
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:763
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en belediging (art. 266.1 Sr). Omvang h.b. Nadat verdachte in e.a. is vrijgesproken van feit 1 (openlijke geweldpleging), i.v.m. geslaagd beroep op noodweer is ontslagen van alle rechtsvervolging t.z.v. feit 2 (openlijke geweldpleging) en is veroordeeld voor feit 3 (belediging), heeft Hof verdachte veroordeeld t.z.v. feiten 2 en 3. Is 's Hofs oordeel m.b.t. omvang van namens verdachte ingesteld h.b. begrijpelijk gelet op inhoud van schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van h.b. van raadsvrouwe van verdachte aan griffiemedewerker? In bestreden uitspraak ligt als ‘s Hofs niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat volmacht tot instellen van h.b. niet een ondubbelzinnige beperking inhoudt t.a.v. omvang van h.b. en dat aldus niet op die grond sprake is van ambtelijk verzuim bij opstellen van appelakte. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat Hof heeft vastgesteld dat h.b. nadien niet alsnog partieel door verdachte is ingetrokken, is ’s Hofs oordeel dat ook onder 2 tlgd. aan oordeel van Hof is onderworpen, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/866
NJB 2019/1763
NBSTRAF 2019/257
SR-Updates.nl 2019-0298
NJ 2019/416 met annotatie van W.H. Vellinga
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/05177

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 juni 2017, nummer 23/004197-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.G.M.C. Peters, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof over de omvang van het namens de verdachte ingestelde hoger beroep.

2.2.1

De Rechtbank heeft de verdachte ter zake van het onder 1 tenlastegelegde (openlijk geweld plegen tegen een persoon) vrijgesproken, hem - in verband met een geslaagd beroep op noodweer - ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van het onder 2 tenlastegelegde (openlijk geweld plegen tegen een persoon) en hem veroordeeld ter zake het onder 3 bewezenverklaarde (belediging). Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank.

2.2.2

De inhoud van de voor de beoordeling van het middel van belang zijnde stukken is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2. In het bijzonder is het volgende van belang.

- De door de raadsvrouwe van de verdachte aan een griffiemedewerker van de Rechtbank verleende schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van hoger beroep houdt onder meer het volgende in:

"Daartoe bepaaldelijk door cliënt gevolmachtigd, geef ik hierbij een schriftelijke bijzondere volmacht aan u, griffiemedewerker, om namens cliënt hoger beroep in te stellen omdat hij het niet eens is met de bewezenverklaring van feit 3 op de dagvaarding. Cliënt is het principieel niet eens met deze uitspraak omdat hij het feit ten stelligste ontkent. Hij zou nooit en te nimmer dergelijke bewoordingen gebruiken. Cliënt voelt zich zeer gekrenkt door de aanname dat hij dergelijke taal heeft gebezigd.”

- Het Hof heeft ten aanzien van de omvang van het hoger beroep, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, als volgt overwogen en beslist:

“De akte instellen rechtsmiddel is leidend, daaruit blijkt dat het hoger beroep onbeperkt is ingesteld. Aangezien het hoger beroep later niet partieel is ingetrokken en de advocaat-generaal zich inhoudelijk wenst uit te laten over het onder 2 ten laste gelegde is in hoger beroep het onder 2 en 3 ten laste gelegde inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen.”

2.3

In de bestreden uitspraak ligt als het - niet onbegrijpelijke - oordeel van het Hof besloten dat de hiervoor onder 2.2.2 weergegeven volmacht tot het instellen van het hoger beroep niet een ondubbelzinnige beperking inhoudt ten aanzien van de omvang van het hoger beroep en dat aldus niet op die grond sprake is van een ambtelijk verzuim bij het opstellen van de appelakte. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat het hoger beroep nadien niet alsnog partieel door de verdachte is ingetrokken, is het oordeel van het Hof dat ook het onder 2 tenlastegelegde aan het oordeel van het Hof is onderworpen, niet onbegrijpelijk.

2.4

Het middel faalt.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.