Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1157

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
18/00261
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:760
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:4234, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Diefstal d.m.v. braak, meermalen gepleegd (art. 311.1.5 Sr) en schuldheling (art. 417bis Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld. Art. 408.2 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Aan inhoud van in cassatie overgelegde stukken afkomstig van “Kaunas District Court” (Litouwen) valt ernstig vermoeden te ontlenen dat mededeling verstekvonnis aan verdachte weliswaar in persoon heeft plaatsgevonden maar dat mededeling niet heeft plaatsgevonden op 29-3-2017 maar op 12-4-2017. Nu in redelijkheid niet kan worden getwijfeld aan herkomst en betrouwbaarheid van deze stukken kan bestreden arrest niet in stand blijven. Er valt niet uit te sluiten dat op 20-4-2017 ingesteld h.b. tijdig is gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/885
SR-Updates.nl 2019-0289
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00261

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van
24 oktober 2017, nummer 22/001820-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en
P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Het middel keert zich tegen de beslissing van het Hof tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 8 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.