Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1154

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
17/05008
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:546
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Mishandeling, art. 300 Sr. Bewijsklacht over het toebrengen van pijn of letsel door de aangeefster aan een arm vast te pakken, aan die arm te trekken en haar tegen een deurpost en muur aan te duwen. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/876
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/05008

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 oktober 2017, nummer 22/005294-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.