Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1153

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
09-07-2019
Zaaknummer
17/05243
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:540
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2017:9715, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Valselijk opmaken van een werkgeversverklaring, art. 225 Sr. Bewijsklachten en de verwerping van het verweer dat A wel degelijk werkzaam was voor het administratiekantoor van verdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/05243, 17/05567 en 17/05568.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/877
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/05243

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 november 2017, nummer 21/002451-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.J. van Essen en J.E. Kötter, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.