Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1148

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
18/05044
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:535
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging, art. 141.1 Sr. Kon Hof in strafmaat betrekken dat slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, terwijl verdachte is vrijgesproken van strafverzwarende omstandigheid ex art 141.2 Sr? HR: art. 81.1 RO. CAG: Kennelijk heeft Hof geoordeeld dat weliswaar niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte zelf letsel bij slachtoffer heeft veroorzaakt waardoor strafverzwarende omstandigheden van art. 141.2 Sr buiten beschouwing dienen te blijven maar dat gevolgen van groepsgeweld - binnen de grenzen van art. 141.1 Sr - wél ernst van ten laste van verdachte bewezenverklaarde inkleuren en mogen worden betrokken bij bepaling van straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/894
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05044

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 oktober 2018, nummer 21/002536-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.