Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1147

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
16/03103
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:750
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:2744, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Profijtontneming in economische zaak. Herhaling bewijsklacht hoofdzaak dat het Hof ten onrechte tot bewezenverklaring is gekomen in de strafzaak en betrokkene daardoor ten onrechte is veroordeeld tot betaling van het w.v.v. HR: art. 80a RO. CAG: aangevoerde is geen cassatiemiddel. Samenhang tussen 16/03096 E en 16/03103 E P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/873
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 16/03103

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juni 2016, nummer 20/003527-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: de betrokkene.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het ingestelde beroep in cassatie.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.