Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1139

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
09-07-2019
Zaaknummer
18/00070
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:759
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:5468, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Hof heeft bij schatting w.v.v. oogst betrokken die heeft plaatsgevonden vóór bewezenverklaarde periode. ’s Hofs oordeel dat betrokkene d.m.v. of uit baten van bewezenverklaard feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verbeterde lezing uitspraak Hof, in die zin dat “door middel van of uit baten van het bewezenverklaarde feit” wordt gelezen als “uit het bewezenverklaarde handelen en andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/884
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00070

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2017, nummer 23/003205-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de betrokkene.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.