Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1080

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
18/00521
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:548
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag, ex art. 1:37 Algemene Douanewet op een auto met - kort gezegd - verborgen ruimten, dus kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Middelen over 1. ongegrondverklaring beklag, i.h.b.de afwijzing van een geldelijke tegemoetkoming en 2. het niet oproepen of in de gelegenheid stellen de inspecteur van de Douane te horen. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00521

Datum 9 juli 2019

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 11 december 2017, nummer RK 17/006367, op een klaagschrift als bedoeld in art. 1:37 Algemene douanewet, ingediend

door

[klaagster],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de klaagster.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.