Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1075

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-07-2019
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
18/02328
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:523
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag tegen verlofverlening Rb aan OvJ a.b.i. art. 552p.2 (oud) Sv n.a.v. verzoek om rechtshulp van de Duitse justitiële autoriteiten tot het doorzoeken, in beslag nemen en overdragen van stukken van overtuiging in het kader van een lopend onderzoek naar belastingfraude. 1. Verzoek gegrond op verdrag (ERV) of richtlijn (EOB Richtlijn 2014/41/EU geïmplementeerd bij wet van 31 mei 2017, Stb. 2017, 231)? 2. Klacht dat Rb. ten onrechte verlof heeft verleend om de stukken van overtuiging die in beslag zijn genomen over te dragen aan de Duitse autoriteiten. HR: art. 81.1 RO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/833
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02328

Datum 2 juli 2019

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 9 maart 2018, nummer RK 18/61, betreffende het verlenen van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv, in de zaak

van

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1977,

hierna: de betrokkene.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2019.