Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1067

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-07-2019
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
17/03924
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:726
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Diefstal sieraden d.m.v. valse sleutel (art. 311.1.5 Sr) door insluiping in woning en 2. rijden zonder rijbewijs (art. 107.1 WVW 1994). Verdachte is rijdend op de A6 aangetroffen met inbrekersgereedschap en kort daarvoor gestolen sieraden. Ad 1. Staat ontbreken nadere bewijsoverweging aan bewezenverklaring in de weg? Ad 2. Klacht dat uit controle rijbewijsregister op 3 december 2015 niet kan volgen dat verdachte t.t.v. bewezenverklaarde op 9 augustus 2015 niet in bezit was van rijbewijs. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/827
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/03924

Datum 2 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 juli 2017, nummer 21/003599-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1968,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2019.