Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:105

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-01-2019
Datum publicatie
25-01-2019
Zaaknummer
18/03793
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 januari 2019

Nr. 18/03793

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V. te [Z] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 23 juli 2018, nrs. HAA 18/538 tot en met HAA 18/543, op het verzet van belanghebbenden tegen de uitspraak van de Rechtbank van 4 april 2018.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2019.