Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1037

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-06-2019
Datum publicatie
26-06-2019
Zaaknummer
19/01348
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:584
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Turkse en Nederlandse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. invoer van heroïne van Iran naar Turkije in 2011 en deelname aan criminele organisatie. 1. Bevoegdheidstoedeling aan uitleveringsrechter en Minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM vanwege overschrijding redelijke termijn en slechte detentieomstandigheden? HR: art. 81.1 RO. 2. Onvoldoende duidelijke vermelding feiten, art. 28.3 UW. HR ambtshalve: verbeterde lezing in rov. 1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/818
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01348 U

Datum 25 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 28 februari 2019, nummer UTL-I-2018042768, op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering

van

[de opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de “Warrant of arrest aimed at detention” van de “Istanbul 2nd Heavy Penal Court” van 14 september 2018 en de “Facts regarding the commission of offense” van de “Judge of Istanbul 2nd Heavy Penal Court” van 14 september 2018.

2 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft M. van Stratum, advocaat te Nootdorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de vermelding van de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter fine van vervolging ter zake van de feiten zoals omschreven in de “Warrant of Arrest Aimed at Detention” en “Facts regarding the commission of offense”, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.