Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:1034

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-06-2019
Datum publicatie
26-06-2019
Zaaknummer
18/01243
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:567
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging, art. 141 Sr. 1. Gebruik voor bewijs van verklaringen van getuige die bij politie onder nummer is gehoord, terwijl getuige nadien als beperkt anonieme getuige is gehoord door RC. Bijzondere motiveringsplicht? 2. Bewijsklachten. Tegenstrijdigheid tussen b.m. en redengevendheid b.m. HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. motiveringsplicht: Hof had gebruik voor bewijs van verklaringen van bij politie onder nummer gehoorde getuige moeten motiveren. Verzuim hoeft bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden, nu bewezenverklaring ook met weglating van verklaringen toereikend is gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/814
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01243

Datum 25 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 augustus 2017, nummer 21/001808-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.