Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:101

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-01-2019
Datum publicatie
25-01-2019
Zaaknummer
17/05806
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2017:9355
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 25-01-2019
FutD 2019-0209
V-N Vandaag 2019/324
V-N 2019/11.26.2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 januari 2019

Nr. 17/05806

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de erven van [A], gewoond hebbende te [Z] (hierna: belanghebbenden), tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2017, nr. 16/01045, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 15/3410) betreffende aan belanghebbenden in rekening gebrachte kosten van vervolging.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2019.